Boekgegevens
Titel: Poëzy
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, no. 23
Auteur: Bilderdijk-Schweickhardt, Katharina Wilhelmina
Uitgave: Schiedam: Roelants, 1854
Oorspr. uit. 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 563 F 47
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206139
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Poëzy
Vorige scan Volgende scanScanned page
1819.
— 41 —
Ach! waar Immer Iranen blonken,
Deze zijn het zoetst misfchien!
't Oog lacht door die tranen henen
Als het op den hemel ziet,
Waar geen kommer is of weenen,
En mijn dierbren zich vereenen
In het eeuwig hallellied.
Is ons 't uitzicht hier verdwenen,
Gindfche hoop bedriegt ons niet.
Mag mijn oog door 't floers niet dringen
Dat u van mijn aanblik fcheidt;
'tDuurt flechts weinig zonnekringen,
Dat ook wy den ftrijd voldingen
Op den weg naar de Eeuwigheid.
Zij dan onder 't Lofliedzingen
Dat gezaligd uur verbeid!
Berusting in Smart.
Mijn ziel, verwin, verwin u-zelve.
En zie bemoedigd n<iar omhoog;
Ily leeft die 't gindfche wolkgewelve
31et fiarren-goudgloed overloog.
Hy leeft, die de uchtend zal doen dagen,
Waar voor de duiftre nacht verdwijnt.
ö Toef dien morgen, ponder vragen
VVaarom de nacht u donker fchynt?
't Is God, die my den weg beftemde
Door distelpaan en fchroeiend zand ;
En , wal my ooit het hart beklemde.
Gewillig volg ik aan Zijn hand.
Zijn heilrijk doel zij my verborgen.
Zijn wijze wil alleen gefchied'!
Eu lale ik flechts dien Vader zorgen.
Die alles lot mijn heil gebiedt!
Zlj wat my hier op aard bejegent,
(Verliezen, tegenheên, en rouw,)
Tot zulvring van mijn ziel gezegend ,
En kenmerk van zijn liefdetrouw !