Boekgegevens
Titel: Poëzy
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, no. 23
Auteur: Bilderdijk-Schweickhardt, Katharina Wilhelmina
Uitgave: Schiedam: Roelants, 1854
Oorspr. uit. 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 563 F 47
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206139
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Poëzy
Vorige scan Volgende scanScanned page
mm
40 —
Want het zoete hoopgefluifter
Heeft in 't brekend hart gedaan.
Heerlijk moog de hemel gloeien
Met topazen en robijn I
Schittrend moog de daauwdrop vloeien
In het zeegnend aardbefproeien ,
Met juweelen wederfchijn!
't Hart waarin de flormen loeien ,
Kan hun pracht geen' pracht meer zijn.
Alles fchijnt met floers betogen,
Als de rouw het hart vervult.
Zelfs de azuren hemelbogen
Schijnen neevlig voor onze oogen,
Hoe verzilverd of verguld.
Op wat fchoon Natuur mag bogen ,
'lis voor 't weenend oog omhuld.
't Bloemijen, dat de Zon verfletfte.
Opent zich den morgendrop:
Maar het hart, dal de Onfpoed kwelfte
Toen 'i zijn hoop op 't aardfche vestte,
Doet zich voor geen vreugd meer op:
'l Eenig uitzicht nog dal restte,
Is de jongfle hailenklop.
'k Groet de morgenflond met fnikken;
Met geklag de ftille nacht;
En geen uchlend ftreelt mijn blikken
Om me in 'tlijden le verkwikken,
Hoe ze ook andrer* tegenlacht,
Moet niet zy voor H daglicht fchrikken,
Die naar t blijd hereenen fmachl ?
Zoeter Is my de avondflonde:
't Is, een dag te meer doorleefd!
Minder hard de distelfponde,
Als de Zon op nieuw, een ronde
Nader aan heur laatfle, Itreeft:
En 'lis balfem voor de wonde
Als geen dwang de fmart omgeeft.
Zoet is 't, In zich-zelv* verzonken,
In verbeelding de aard te ontvlién,
En naar de onafmeelbre vonken
l)ie aan 's hemels kimmen pronken,
Godbelrouwend, op te zien.