Boekgegevens
Titel: Poëzy
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, no. 23
Auteur: Bilderdijk-Schweickhardt, Katharina Wilhelmina
Uitgave: Schiedam: Roelants, 1854
Oorspr. uit. 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 563 F 47
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206139
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Poëzy
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 31 —
Hel knellen van de fmarl rondom haar kan verzachlen;
Ja, 'Heed zijn angel flompt. — O Zij, die zoekl naar rusl.
Naar de uilfpraak van een harl zijn plichlbetoon bewust,
Zoek' nimmer 's warelds lof, dan door haar deugden , te oogflen,
En wijde ook, voor die lof, haar dank aan d'AllerhoogiXen.
Waar ooit de roem der aard den mensch voldoening fchonk,
Ach, verder ftrekt zij niet dan tot de graffpelonk.
't Is Kristendeugd-alleen die eeuwig roem zal dragen ;
Waarvan geen worm vermag den luifter af te knagen.
Om 't even met wat gaaf van fchoon of kunst bedeeld ,
De vrouw die fchittren wil, heeft al haar rust verfpeeld.
ö Dwalen wy dan niet op 'tvoetfpoor van een vremde;
Maar blijven wy getrouw, wat de Almacht ons beftemde!
Verdoolde menig hart van 't Oudren deugdenfpoor.
Nooit ga der braven hoop door onze fchuld te loor;
Maar wijden we, als 't ons voegt, ons anders nutloos leven,
Om 't rijpende geflacht aan God te rug te geven l
Want dwaas betoont zy zich, die, op haar gaven prat,
Die toekent aan haar-zëlv, en wie ze fchonk, vergat.
1817.