Boekgegevens
Titel: Poëzy
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, no. 23
Auteur: Bilderdijk-Schweickhardt, Katharina Wilhelmina
Uitgave: Schiedam: Roelants, 1854
Oorspr. uit. 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 563 F 47
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206139
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Poëzy
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 28 —
By *t krankbed van haar kind de nachten door te waken.
De wareld fchenkt haar thands een eedier tijdverdrijf!
Te naauw is haar de kring van 't kinderlijk verblijf;
Daar neemt een huurling haar, het voorrecht van bevelen.
En zien wij 't argloos kind wel onbedachter fpelen
Met kaartgebouw of pop, die Hvan haar koelheid troost,
Dan zy met de onfchuld fpeelt, en 't leven van haar kroost?
ö Infpraak der Natuur, hoe zijt gij uilgedreven!
Hoe gruwzaam is de wet, door Weelde voorgefchreven!
De Moeder Ichaamt zich-zelv den t eilgen moederplicht,
En kent geen wellust meer in *t kweken van haar wicht,
'tGenoegt de vrouw niet meer, haar Ega te behagen;
Zy zoekt des warelds lof door 't fchittren weg te dragen ;
En 's dwazen lofgejuich vergeldt haar *t rein genot
Dat ze in den kring veracht, haar voorgeperkt door God !
Verdoolden! werd u ooit by 't ftreelendst zinbctooveren,
Het hijgen naar den roem geltild door de eereloveren,
U door eens vleiers hand , hoe kwistend ook , geftort ?
Schoot niet de lofbazuin fteeds by uw wensch te kort?
En, heeft ooit wierookwalm , voor u om hoog geklommen,
Den kreet van *t ledig hart één oogwenk doen verftommen ,
Daar 't om vervulling riep, maar nimmer werd A^erhoord ?
Heeft ooit gewoekerde eer de fchelle flem gefmoord
Die, vrucht van 't ftil gepeins, in fluimerlooze nachten
Zich ophief in uw borst mot onomkoopbre klachten,
Als u de ontzachbre ftem des rechters die fteeds waakt
De dwaze lust verweet, waarvan uw boezem blaakt ?
6 Neen! beken het vrij, en 't zal u roem verllrekken:
Nooit oogst men waar genot door zich den plicht te onttrekken.
Wie roemt my de Amazoon, die 't vrouwlijk kleed verfmaadt,
Tn mannendosch gehuld , de hand aan 't flagzwaard flaat,
Haar zachten aart verzaakt, en, uit haar kring gevloden,
Het krijgsveld koel betreedt langs ftervenden en dooden?
Thalestris, ja, mijn oog wendt zich met ijzing af,
Als gy de maagdenrij op 't zwaaien van uw ftaf
Met uitgetogen zwaard om de oorlogsvaan doet fcharen ,
En ftroomen bloetis vergiet, of 't regendrupplen waren.
VVat is de gloriekroon die op uw zege wacht.
Daar ieder die gevoelt, uw woefiaardy veracht!
't Zij fchoon , in 't oogenblik van nood en krijgsallarmen
Op KENAUS moedig fpoor, de woefle dood in de armen
Te vliegen, met dien moed die aan Bataven past,
Als 't vijandlijke fiaal ons op ons erf verrast.
Men huldig' deze deugd! Dan, wie zal wierook branden
Vóórhaar, wie gloriezucht het flagzwaard geeft in handen?
Die haardftcê vliedt en kroost, en van geen banden weet