Boekgegevens
Titel: Poëzy
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, no. 23
Auteur: Bilderdijk-Schweickhardt, Katharina Wilhelmina
Uitgave: Schiedam: Roelants, 1854
Oorspr. uit. 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 563 F 47
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206139
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Poëzy
Vorige scan Volgende scanScanned page
17
En H immer woelend hart.
Wordt telkens door de drlfl
Als de ongefiaage golf door
» gehecht aan nlèiighédfi^if^nL .
•ift gclleurd naar alle zij', fTii,^
)r ebbe of '-^BUlT]
Van
Ach,
En ooit een eedle ziel zich opdeed voor uw oog
Die, boven alles groot, uw Egä evenaarde, " • ;
Of hooger zielsverdienfle aan hooger deugden paarde.,
Dan, fidder, dal gy ooit, door zoo veel deugds geroerd
Door achting en ontzag tot zwakheèn wordt vervoerd l
Stel nooit eens anders waarde uws-Egaäs waarde tegen;
Wacht, wacht u, 't geen hy is, by andren af te wegen!
Dit, dit is reeds te veel voor H vlêkkelooze hart;
Dit, de onuitputbre wel van zelfverwijt en fmart;
Vlied, voelt gy u te zwak, ja, vlied van die betoovering!
6 Spoed, 't is meer dan tijd, lot ftoute zelfherovering!
Uws Egaäs waarde alleen vervulle uw ziel geheel,
En wacht u, dat, wie 'tzij, uw eerbied hem onlfieeri
Vertrouw met troll'chen waan niet op uw eigen krachten ;
Steeds moet ge u voor den rand des open afgronds wachlen:
Langs menig kronkelpad verdwalen we op het fpoor.
En, eer men 'tzelfs ontdekt, gaan rust en deugd te loor!
IT juicht mijn Zangfter toe, gezegende echtelingen,
Die 'tjuublend hoogtijdfeest van vijftig zonnekringen
Aandoenlijk tegenlacht; ja met nog teedrer vreugd,
Dan toen u de echizon groeite in de uchtend van uw jeugd I
De tijd, die alles floopt, verwoeft der ceedren kruinen,
Begraaf der burchten pracht in de opgehoopte puinen.
Geen invloed had zijn macht op uwe onbluschbre vlam;
Ja, fchoon hy u den bloei der frisfche jeugd ontnam,
Hy waagde H niet, de hand vermetel uit leftrekken
Op die aanloklijkheên, die *t fchoon der ziel ontdekken.
Hy roov' der wangen blos en 1 gloeiend mondkoraal;
Met dces geringe buit voleindt zijn zegepraal.
Hy roeme op dien triomf by de omgevelde cederen I
Iets eediers deed uw borst van wederzij* verlederen.
Die zelfde zielenglans flraalt nog in 't zuiver oog.
Die eens voor de eeuwigheid uw beider hart bewoog.
Nog blijft ge elkaAr hel beeld, wiens eerst verfchijnfel roerde,
Dat, eer gy wist waarom, u aan u-zelf ontvoerde!.
Mijn Zangfter, zing, 6 zing, met onbedwongen vreugd,
Der liefde zegepraal op rozenblos en jeugd!
Zoek in geen fabeldicht een voorwerp voor uw fnaren.
Eene Artemifla bouw' trotfche rouwpilaren;
k. w. bildeiidyk. — i, 2