Boekgegevens
Titel: Katechismus des Bijbels, dat is: Eene korte en duidelijke onderwijzing aangaande den inhoud der Heilige Schrift: ten gebruike voor de christelijke jeugd
Auteur: Krummacher, F.A.; Wolterbeek, J.L.
Uitgave: Amsterdam: Johannes van der Hey, 1814
Opmerking: Vert. van: Bibelkatechismus. - 1810
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 677 K 37
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206135
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: algemeen, Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Catechismussen, Teksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Katechismus des Bijbels, dat is: Eene korte en duidelijke onderwijzing aangaande den inhoud der Heilige Schrift: ten gebruike voor de christelijke jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
7+
ZESDE AFDEELING,-
A8.
Vrage. Wat deden nu verder de overflen des
Joodfchen volks?
Antw. Zij voerden Jezus naar den Romeinfchen
ftadhouder Pontius Pilatus, ten einde deze het dood«
vonnis bevestigen en voltrekken zoude.
V. Waarom moest dit gefchieden?
A. Het Joodfche land was een wingewest van
d»n Romeinfchen keizer, hetwelk hij door een' ftad-
houder of landvoogd beduren liet. De Joden even-
wel behielden hunue regten en wetten, en hunne
eigene overigheid, welke &e.'hooge raad oihti fan-
hedrtn genoemd werd. Misdadigers tegen den gods-
dienst mogten zij naar hunne wet ter dood veroor-
deelen; maar de landvoogd alleen kon, na onder-
zoek der zaak, het doodvonnis bevestigen en vol-
trekken laten.
V. Waarvan befchuldigden de Joden Jezus voor
Pilatus?
A. Dat hij het volk tegen den keizer ophitfie, en
zichzelven tot koning der Joden verheffen wilde.
V. Konden zij deze befchuldigingen bewijzen?
A. Neen. Jezus antwoordde den landvoogd, dat
zijn rijk geen aardsch, geen wereldsch rijk, maar
een goddelijk rijk, het rijk der waarheid was.
V. Wat was het gevolg van dat verhoor voor
den (ladhouder?
A. Pilatus erkende Jezus voor onfchuldig, maar
had echter geen moeds genoeg, om zich tegen den
hoogen raad te verzetten. Daarom, als hij hoorde
dat Jezus uit Galilea was, zond hij hem, om zich
van de zaak af te maken, naar Herodes, die over
Galilea regeerde, en toen juist te Jeruzalem was. ;
V. Hoe gedroeg zich Jezus voor Herodes ?
A. Hij