Boekgegevens
Titel: Katechismus des Bijbels, dat is: Eene korte en duidelijke onderwijzing aangaande den inhoud der Heilige Schrift: ten gebruike voor de christelijke jeugd
Auteur: Krummacher, F.A.; Wolterbeek, J.L.
Uitgave: Amsterdam: Johannes van der Hey, 1814
Opmerking: Vert. van: Bibelkatechismus. - 1810
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 677 K 37
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206135
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: algemeen, Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Catechismussen, Teksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Katechismus des Bijbels, dat is: Eene korte en duidelijke onderwijzing aangaande den inhoud der Heilige Schrift: ten gebruike voor de christelijke jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
ZESDE AFDEELING.
V, Hoe door zijne leer?
A. Hij zocln alle menfchen tot waarheid en ge-
lukzaligheid te leiden; daarom was hij onvermoeid
bezig, om de menfchen te leeren.
' ■ V, Welke menfchen leerde hij ?
A. Hij wilde allen tot erkentenis der waarheid
en tot het rijk van God leiden; daarom onttrok hij
zich aan niemandi Hij zelf leerde flechts in zijn va-
derland en in Samariën; maar zijne leerlingen moes-
ten ook Heidenen in het rijk van God inleiden.
V. Hoe bewees hij zijne liefde door 2(/«tf
, A, Hij ging het land door , goed doende ; hij
hielp de ongelukkigen, die hem om hulp baden, en
beval de armen en lijdenden aan de liefde van hen,
die beter gezegend en gelukkiger waren.
. V. Hoe gedroeg hij zich jegens vijanden en ver-
volgers ?
A. Naar het voorfclirift, aan zijne leerlingen ge-
geven. Hij zegende die hem vloekten, deed zijne
laters wel, en bad voor de genen, die hem geweld
aandeden en vervolgden.
V. Waardoor gaf hij het grootfle bewijs zijner
liefde?
A. Door zijn lijden en fterven.
.- Jezus is het hoogde voorbeeld van menfchenliefde;
zijne liefde omvattede alle menfchen: hec meest echter
beminde Hij zijn vaderland, en zocht het van het be-
derf te redden; en weende, als Hij dit niet doen kon.
'L.iik. XIX: 4i, XIII: 34. — Zijne grootïle vreugd
was, wanneer Hij in een' mensch goede gezindheden
ontdekte. Luk. XIX: i—10. Mark, XII: 41 enz. ^
Luk. XVII: ii—19, XXIil: 39—43. Bovenal trok
zich Jezus het verdwaalde en verdrukte volk aan. —
Hij bad voor zijne moordenaars. Luk, XXIII; 34.
; Lij'