Boekgegevens
Titel: Katechismus des Bijbels, dat is: Eene korte en duidelijke onderwijzing aangaande den inhoud der Heilige Schrift: ten gebruike voor de christelijke jeugd
Auteur: Krummacher, F.A.; Wolterbeek, J.L.
Uitgave: Amsterdam: Johannes van der Hey, 1814
Opmerking: Vert. van: Bibelkatechismus. - 1810
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 677 K 37
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206135
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: algemeen, Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Catechismussen, Teksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Katechismus des Bijbels, dat is: Eene korte en duidelijke onderwijzing aangaande den inhoud der Heilige Schrift: ten gebruike voor de christelijke jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Het Nieuws Testamentt gr
Waartoe hij op aarde gezonden was, de grondvesting
namelijk van het rijk van God.
V. Vond hij dan ook tegendand?
A. Ja. Hij vond overal meer vijanden , dan
vrienden der waarheid. Bovenal waren de Farizeën
en priesters zijne vijanden. Maar, ondanks alle
vervolging, hield Jezus niet op de waarheid openlijk
en voor de geheele wereld te verkondigen.
V. Waar mede had Jezus nog buiten dat te
kampen?
A. Met de dwalingen en vooroordeelen des volks ,
hetwelk hem dan eens tot een' aardfchen koning ma-
ken wilde, en dan weder hem vervolgde.
V. Wanneer bewees hij het meest die kracht van
zijnen geest?
A. In zijn laatde leven, en in zijnen dood.
I Petr. 11: 21—33. Joann. VHI: 45, IV: 34. —
Reeds toen Jezus twaalf jaren oud was, bewees Hij
die kracht van zijnen geest. Luk. II: 41—52- —
Hoe onbezweken was Hij werkzaam van den morgen
'tot den avond! geene moeite ontzag Hij, en ontzeide
zich gaarne rust en verkwikking, waar Hij in zijn
groot werk bezig was! — 's nachts en 's morgens
vroeg, was Hij altijd bêzig met God zijnen vader,
in het vertrouwelijk gebed , en in godvruchtige be-
fchouwingen. Mattli. XIV: 22 en 23. Mark. J: 34.
De Pharizeën waren eene fekte, welke flreng op da
beoefening van ceremoniële wetten aandrong, zich
uitwendig vroom aanftelde , maar het volk drukte,
en in onwetendheid hield. — Zij waren de voor-
naamften en rijkften onder de Joden: — Zij veree-
nigden zich met de Sadduceën, eene andere fecte,
welke de opftanding lochende, en met de Herodia-
nen Cafhangelingen van Herodes,) om de zaak van
E Je'