Boekgegevens
Titel: Katechismus des Bijbels, dat is: Eene korte en duidelijke onderwijzing aangaande den inhoud der Heilige Schrift: ten gebruike voor de christelijke jeugd
Auteur: Krummacher, F.A.; Wolterbeek, J.L.
Uitgave: Amsterdam: Johannes van der Hey, 1814
Opmerking: Vert. van: Bibelkatechismus. - 1810
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 677 K 37
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206135
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: algemeen, Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Catechismussen, Teksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Katechismus des Bijbels, dat is: Eene korte en duidelijke onderwijzing aangaande den inhoud der Heilige Schrift: ten gebruike voor de christelijke jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
.<4 ■2ESDË AFDEELING.
Jezus beriep zich op zijne wonderen, als bewijzen
voor. zijne goddelijke zending. Matth. XI; i—ö. —-
Door zijne wonderen vereenigde Jezus geloof en aan-
'fchouwen, het zinnelijke met het bovenzinnelijke.—
Door zijne wonderen bewees Jezus, dat Hij, gelijk
God, boven de natuur verheven was, en zijne leer ia
zich bevatte woorden des eeuwigen levens. — Matth,
YfÊ, VHI: 23-27, XV: 21-28, MarL Hl: 1-5, X:
45—52 , I-fi- V: 1-26, VU: 11-17, XVII:il-!9.
' Joann. II: i-ii, IV: 46-54, VI: i—15, IX en XI.
^ezus wandel.
42.
Vrage. Waardoor bevestigde Jezus behalve dat
nog meer zijne goddelijke pending
Antw. Door zijn heilig cn onitrafrelijk leven.
V. Wat wil dat zeggen?
A. Jezus was de reinfte cn heiligfle mensch, die
ooit op aarde geleefd heeft: alles, wac hij gebood
en leerde, heeft hij ook zelf beoefend,
V. Waaruit leeren wij dat kennen?
A. Uit de verhalen der Evangelisten. Ook konden
liem zijne vijanden,hoe vurig zij het wenschten, van
geen een enkel gebrek overtuigen.
V. Welke zijn de hoofd-eigenfchappen van zijnen
wandel op aarde?
A. Wij zien in hem een volmaakt voorbeeld van
aïle deugden. Hij was volmaakt in kracht en in
werkzaamheid, in zachtmoedigheid en in ootmoed,
in geloof en in liefde.
V. Waarin bewees hij zijne kracht en werk-
zaamheid ?
A. Hij was onophoudelijk werkzaam tot verheer-
lijking van God, en tot voleinding van het werk,
waar-