Boekgegevens
Titel: Katechismus des Bijbels, dat is: Eene korte en duidelijke onderwijzing aangaande den inhoud der Heilige Schrift: ten gebruike voor de christelijke jeugd
Auteur: Krummacher, F.A.; Wolterbeek, J.L.
Uitgave: Amsterdam: Johannes van der Hey, 1814
Opmerking: Vert. van: Bibelkatechismus. - 1810
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 677 K 37
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206135
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: algemeen, Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Catechismussen, Teksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Katechismus des Bijbels, dat is: Eene korte en duidelijke onderwijzing aangaande den inhoud der Heilige Schrift: ten gebruike voor de christelijke jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Ra
ZESDE AFDEELirfC.
•ï
ï
A. Opclat zij de waarheid beter verilaan en bs*
waren mogten.
V. Wellve waarheden leerde Jezus bijzonder in
zijne gelijkenisfen ?
A. Bovenal de gefteldheid van het Godsrijk , dat
hij flichtte, en de pligten, welke de leerlingen van
Jezus , als onderdanen van dit rijk, te vervullen
hadden-
V. Van waar ontleende hij zijne gelijkenisfen?
A. Uit de natuur en uit het menfchelijke leven.
V. Waarmede vergeleek Jezus het rijk van God?
A, Met eene kostelijke parel, met een' verborgen*
fchat, met een mosterdzaad, met een zuurdeeg, met
een' vruchtbaren akker, met een' wijnberg, waarin
men knechten zendt, met eene zaadkorrel, met een
ilatig gastmaal, enz.
V. Weike pligten bev.il Jezus aan zijne jongeren
in zijne gelijkenisfen?
A. Boven alles vertrouwen op God, minachting
van aardfche goederen in vergelijking tegen de he-
melfche, het gebed, waakzaamheid, en algemeene
menfchenliefde.
De grondllflg van het Gods-rij'k. Matth. VU:
24—27. Wie is gefchikt voor het Gods-rlJk. Matth.
XIII: 1—9. Langzame waschdom van het Gods-rijk.
Matth. XIII: 31 en 32. Mark. IV: 26—29. Het rijk
vau God is dierbaar, en wordt flechts verkregen door
opoffering. Matth. XIII: 45 en 46, XXV: 14—23. —
Het regt bezit van aardfcbe goederen. Luk. XVI:
19-31. Gods barmhartigheid jegens den berouwheb-
benden zondaar. Luk.X^. Menfchen.liefde. Luk.
X: 23—37. Waakzaamheid Matth. XXV: i—13.
Jezus de bijeenvergaderende Horder. Joann.'iLiu—it,
ezus de fcheidende Herder. Matth, XXV: 31 enz.
Won-