Boekgegevens
Titel: Katechismus des Bijbels, dat is: Eene korte en duidelijke onderwijzing aangaande den inhoud der Heilige Schrift: ten gebruike voor de christelijke jeugd
Auteur: Krummacher, F.A.; Wolterbeek, J.L.
Uitgave: Amsterdam: Johannes van der Hey, 1814
Opmerking: Vert. van: Bibelkatechismus. - 1810
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 677 K 37
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206135
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: algemeen, Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Catechismussen, Teksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Katechismus des Bijbels, dat is: Eene korte en duidelijke onderwijzing aangaande den inhoud der Heilige Schrift: ten gebruike voor de christelijke jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Het Nieme TsstamtnK 6i
Ook vergelijkt hij zichzelven en zijne leerlingen met
den wijnflok en deszelfs ranken,
V. Hoe gaf hij zijnen leerlingen een beeld van
kinderlijk geloof en nederigheid?
A. Hij ftelde een kind in hun midden, eu zeide:
j. Zoo moet gij worden!"
V. Hoe leerde hij hen, ook vijanden goed te doen?
A. Hij zeide: „ God laat zijne zon opgaan over
„ goeden en boozen, en regent over regtvaardige«
,, en on regt vaardigen,"
V. Waarmede vergeleek hij dood en flerven?
A. Met den Jlaap, ook met het zaatjen van het
tanvegraan.
V. Hoe befchreef Jezus het volgend leven ?
A. Ais het huis des vaders, als het eigenlijk
vaderland, waar wij oorfpronkelijk te huis behooren.
De beelden , die Jezus bezigt, zijn eenvoudig en
verftaanbaar. — Door de menfcben God ais den he.
melfchen leader te leeien kennen, wilde Hij lien naau-
wer met God vereeuigen. — Het is een woord voor
hec hart, elk ventaac hetzelve. — Al het ceremoniële
wordt daardoor weggenomen; alle menrchen zijn kin-
deren van God. Jezus nam zijne beelden uit de na-
tuur; ook de natuur moet ons tot God leiden, en
onzen geest tot een hooger Wezen verheffen. — Beelden
zijn: Mntth, IV: 18—20, VI:24—34, Vlhigemp.
X- 16. Joann. VI:3S, X:ii-i6, Xll:24, XV:i. enz.
40.
Vrage. Wat zijn gelijkenisfen of parabelen?
Antw Het zijn vergelijkingen of vertellingen,
waardoor Jezus de waarheid meer duidelijk, en daar
door meer indruk maken wilde.
V. Waartoe leerde hij dus zijne leerlingen fa
gelijkenisfen? A. Op-