Boekgegevens
Titel: Katechismus des Bijbels, dat is: Eene korte en duidelijke onderwijzing aangaande den inhoud der Heilige Schrift: ten gebruike voor de christelijke jeugd
Auteur: Krummacher, F.A.; Wolterbeek, J.L.
Uitgave: Amsterdam: Johannes van der Hey, 1814
Opmerking: Vert. van: Bibelkatechismus. - 1810
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 677 K 37
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206135
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: algemeen, Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Catechismussen, Teksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Katechismus des Bijbels, dat is: Eene korte en duidelijke onderwijzing aangaande den inhoud der Heilige Schrift: ten gebruike voor de christelijke jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
72 ZESDE AFDEELINC.
De leer van Jezus is hemelsch, want zij kwam uit
den hemel, zij is rein en helder gelijk de hemel, en
zij heefc niets van de aarde in zich, maar is geeste-
lijk, — Gelijk de hemel alle menfchen bevat, uit
alle natiën en volken, zoo is ook Jezus leer voor
allen, — Het rijk van God is eene vereeniging van
alle menfchen, als kinderen van éénen vader, door
geloof, hoop en liefde. — Deze zijr de drie woorden
van het rijk van God en Jezus Christus, i Cor. XIII:
J3. — Ephef. II: 19—22. —
Vrage. Wat deed Jezus, om zijne leer des te
beter te doen verllaan?
Antwr. Hij leerde veel
in heelden en gelijkenisfen.
V. Welk een gebruik ijiaakte hij van dezelve?
A. Hij maakte de menfchen opmerkzaam op de
uitwendige zigtbare verfchijnfelen, en leerde ze
daaruit het onzigtbare kennen.
V. Van welk eene zinnebeeldige uitdrukking be-
diende Jezus zich, om God te leeren kennen?
A. Hij noemde hem den hemelfchen vader; welk
woord de grootheid en almagt, en tevens de ailes te
boven gaande liefde van God teekent.
V. Hoe leerde hij de menfchen Gods zorg over
hen kennen?
A. Hij wees hen op de vogelen des hemels, op
de bloemen des velds, die God zonder hnn toedoen
opkweekten verfiert, en leert hen daaruit, hoe veel
meer God dan voor de menfchen zal zorg dragen.
V, Waar mede vergelijkt hij zichzelven en
zijne leer?
A. Hij noemt zichzelven een' goeden herder,
en zijne aanhangers zijne kudde. Zijne leer ftelt hij
voor onder het beeld van brtod en vaa bron-water.
Ook