Boekgegevens
Titel: Katechismus des Bijbels, dat is: Eene korte en duidelijke onderwijzing aangaande den inhoud der Heilige Schrift: ten gebruike voor de christelijke jeugd
Auteur: Krummacher, F.A.; Wolterbeek, J.L.
Uitgave: Amsterdam: Johannes van der Hey, 1814
Opmerking: Vert. van: Bibelkatechismus. - 1810
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 677 K 37
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206135
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: algemeen, Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Catechismussen, Teksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Katechismus des Bijbels, dat is: Eene korte en duidelijke onderwijzing aangaande den inhoud der Heilige Schrift: ten gebruike voor de christelijke jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Het Nieuws Testamentt gr
zno dat elk, wien het om waaiheid te doen was,
hem vatten kon. -Daarbil fprak hij vol kracht en
waarde, zoo dat het volk hem gaarne hoorde, en
over zijne leer verdomd ftond. (Matt/i.VU: 28,29.)
V. Wat was de hoofdinhoud zijner leer?
A. Hij leerde van God, dat hij de Vader van alle
Tnenfchcn ware, die, uit liefde tot den mensch ,
zijnen zoon in de wereld gezonden had, opdat al.
len, die in hem gelooven, het eeuwige leven erlan.
gen zouden.
V. Wat leert Jezus van de voorzienigheid?
A. Dat ook zelfs het allergeiinglle onder het
toevoorzigt en de befcherming ftaat des hemelfchen'
Vaders, en hij alles ten beste zijner kinderen leidt en
beftuurt. (Matth. VI: 26—33.)
V. Wat leerde hij van het toekomend leven?
A. Dat de geest onfterfelijk zij, en dat dezelve
met een hemelsch verheerlijkt ligchaam eenmaal weder
zal vereenigd worden.
V. Wat vorderde hij van den men:ch^
A. Geloof aan den hemelfchen Vader, en aan
hem , als den zoon van God , en flipte gehoorzaam-
heid aan hem, bcitaande in hervormingen reiniging
van het hart naar zijne leer, en liefde jegens Gód
en alle menfchen
V. Hoe noemde hij dit geloof en deze leer?
A. Het rijk van God op aarde , of ook het
koningrijk der hemelen.
V. Waarom noemt hij hetzelve zoo ?
A. Wijl hetzelve, naar zijnen aard , hemelsch
en goddelijk is, hemelfclie en goddelijke gezindhe^
den vordert, en eens in een eeuwig hemelsch leven
eindigen moet.
' De