Boekgegevens
Titel: Katechismus des Bijbels, dat is: Eene korte en duidelijke onderwijzing aangaande den inhoud der Heilige Schrift: ten gebruike voor de christelijke jeugd
Auteur: Krummacher, F.A.; Wolterbeek, J.L.
Uitgave: Amsterdam: Johannes van der Hey, 1814
Opmerking: Vert. van: Bibelkatechismus. - 1810
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 677 K 37
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206135
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: algemeen, Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Catechismussen, Teksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Katechismus des Bijbels, dat is: Eene korte en duidelijke onderwijzing aangaande den inhoud der Heilige Schrift: ten gebruike voor de christelijke jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
^ Jo ZESDE AFDEELINGf.
32.
Vrage. Welke zijn de boeken des N, Verbonds ? .
Antw. Er zijn v\]ïgefchiedèoeken, eenentwintig
irieven of leerboeken, en één prefetisch boek.
V. Hoe heeten de vijf gefciiiedboeken?
V^ A. Ze zijn de vier Evangeliën van Mattheus,
Markus , Lukas en Joannes; en dan de gefchiede-
nis en handelingen der .apostelen,
V. Welke zijn de brieven des N. Verbonds?
A. De brief aan de Romeinen, twee brieven aan
de Corintheren , een brief aan de Galaiers, een aan
de Ephefers, een brief aan de Philippiërs. een aan
de Colosfers , twee aan de Thesfalonicenfen, twee
brieven aan Timotheus > een aan Titus, en een ain
Philemon. Deze zijn alle van Panlus gefchreven.
j V. Welke zijn de andere brieven.?
' A. De brief v^n Jacobus, twee brieven van den
Apostel Petrus, drie van den Apostel Joannes, en
een van den Apostel Judas. Behalve deze is er nog
een aan de Hebreen, welke geen opfchrift heeft.
V. Welk is hec profetisch boek?
A. De Openbaring van Joannes,
V. In welke taal zijn alle deze fchriften ge-
fchreven ?
A. In de griekfche taal.
V, Waarom dit?
^ A. Wijl toeti de griekfche taal in alle oorden der
P wereld gefproken en verlhan werd.
Waarotn gaf God asn het menschdotn niet vroeger ,
de groote weldaad van het Evangelie? — Zoo kon j
men vragen; — dan de Bijbel antwoordt: „ Gbd
„ heeft zijnen zoon gezonden, ah de tijd vervuid
„ was, op den geftbiktjlen tijd." Cal. IV: 4- — Tijd I
eu I