Boekgegevens
Titel: Katechismus des Bijbels, dat is: Eene korte en duidelijke onderwijzing aangaande den inhoud der Heilige Schrift: ten gebruike voor de christelijke jeugd
Auteur: Krummacher, F.A.; Wolterbeek, J.L.
Uitgave: Amsterdam: Johannes van der Hey, 1814
Opmerking: Vert. van: Bibelkatechismus. - 1810
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 677 K 37
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206135
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: algemeen, Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Catechismussen, Teksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Katechismus des Bijbels, dat is: Eene korte en duidelijke onderwijzing aangaande den inhoud der Heilige Schrift: ten gebruike voor de christelijke jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Gefchtedhoeken des O. TT,
z.7
Samiiel zalfde David, <len Jongden zoon van Ifaï.
V. Werd hij toen niet aanttonds koning van
Israël?
A, Neen. Zoo lang Saul leefde, diende hij
hem, en verkeerde aan zijn hof. Maar Saul had
vrees voor David, en zocht hem te dooden.
V. Deed hem David dan eenig leed?
A. Geenszins. Integendeel, hij hielp Saul in
den krijg, vetfloeg Goliath, fpeelde voor den neer-
flagtigen koning op de harp, tweemaal zelfs fpaarde
hij Saul het leven; maar Saul was achterdochtig
en jaloersch over den roem van David.
V. Wat deed David als koning?
A. Hij deed groote daden als helJ en koning
tegen de Kanaaniten ; hij verplaatfte den koninklijken
zetel naar Jerufalem, op den berg Sion ; hij gaf
aan den godsdienst eene voortreffelijke inrigting,
en belloot eenen tempel te bouwen.
V. Was David gedurende zijne regering gelukkig?
A. Neen. Hij liet zich dikwijls tot zware zon-
den en misdaden verleiden, en berokkende zich
daardoor vele droevige lotgevallen. Het grootlle
verdriet, dat hem trof, was de opdand en de dood
van zijnen zoon Abfolom. (2 Sam. XVIII.)
V. Waar leest gij vaa het leven van David ?
A. Li het tweede boek van SamueJ, en in een
gedeelte van het eerde boek der Koningen,
David was de raerkwaardigfte en voortreffelijkne
koning van Israël; maar zijn levendig getlel verlokte
hem tot vele gebreken en misftappen. — Schandelijk
was zijn gedrag omtrent Urias, en z\jne hoogmoedige
volkstelling. — Hij had evenwel een opregt berouw
over zijn kwa»d, eu had over het jjelieel het goede
lief.