Boekgegevens
Titel: Katechismus des Bijbels, dat is: Eene korte en duidelijke onderwijzing aangaande den inhoud der Heilige Schrift: ten gebruike voor de christelijke jeugd
Auteur: Krummacher, F.A.; Wolterbeek, J.L.
Uitgave: Amsterdam: Johannes van der Hey, 1814
Opmerking: Vert. van: Bibelkatechismus. - 1810
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 677 K 37
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206135
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: algemeen, Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Catechismussen, Teksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Katechismus des Bijbels, dat is: Eene korte en duidelijke onderwijzing aangaande den inhoud der Heilige Schrift: ten gebruike voor de christelijke jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
22 TWEEDE AFDEELINCf.
V. Waarom zijn deze boeken zoo bijzonder merk-
waardig ?
A. Omdat zij de oudfte onder al de boeken der
wereld zijn, en ook de oudfle gefchiedenisfen be-
helzen.
V. Waarmede begint het eerfte boek van Mozes?
A. Met de fchepping der wereld. In den beginne
fchiep God hemel en aarde; de aarde was toen nog
woest en ledig , maar in zes dagen of tijdperken
Tigtte God de aarde zoo in , {lelijk ze thans is,
fchiep planten, dieren, cn eindelijk den mensch ,
raan en wijf. Daarom wordt dat eerfte boek van
Mozes ook Getießs, dat is, oorfprong van alle din-
gen , genaamd.
V. Wat wordt ons van de eerfle menfchen ver-
haald?
A, Dat God hen fchiep naar zijn beeld, voorzien
van redelijke vermogens, zoo als ook rein en zonder
zonden. Zij leefden op de aarde vergenoegd en ge-
lukkig, cn waren beftemd om over alles, gelijk God,
heerfchappij te hebben; want zij waren Gods beeld.
Naar Gods wil moesten zij, als redelijk denkende
en vrij werkende wezens, handelen.
V. Deden zij dat ook ?
A. Neen. Zij bleven niet (landvastig in de be-
proeving, maar mishruik'en hunne vrijheid; zij wei-
den aan den goddclijken wil ongehoorzaam, en lieten
zich van hunne zinnelijke reigingen beheerfchen.
V. Welke waren de gevolgen van deze verlo-
chening van God.?
A. Zij Valoren Gods beeld, en vielen onder de
magt en de heerfchappij der zonde, die ook het rijk
ées Saiaus genoemd wordt. Dit heet de zondenval.^
Ook hun uitwendige toeltand werd vejergerd. Zij
kwa-