Boekgegevens
Titel: Katechismus des Bijbels, dat is: Eene korte en duidelijke onderwijzing aangaande den inhoud der Heilige Schrift: ten gebruike voor de christelijke jeugd
Auteur: Krummacher, F.A.; Wolterbeek, J.L.
Uitgave: Amsterdam: Johannes van der Hey, 1814
Opmerking: Vert. van: Bibelkatechismus. - 1810
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 677 K 37
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206135
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: algemeen, Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Catechismussen, Teksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Katechismus des Bijbels, dat is: Eene korte en duidelijke onderwijzing aangaande den inhoud der Heilige Schrift: ten gebruike voor de christelijke jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Profetische Schriften des N. V. 139
van het Nieuwe Verbond bezaten en oefenden de gave
der leering en voorzegging, zonder zicii bijzonder
te onderfeheiden.
V. Wie had de meeste gelijkheid met de Profeten
des Ouden Verbonds?
A. Joannes de Dooper, die de nabijzifnde ver.'
fchijning van Jezus Christus en van het rijk van God
aankondigde, en ook in zijn uitwendige zich als een
Pj-ofeet vertoonde, fchoon hij zich niet zoo noemde.
V. Waren er nog meer mannen, welke de gave
der voorzegging hadden.
A. Ja, zoo als Simeon, die' in den tempel eene
voorfpeiling nopens het kind jezus en deszelfs moeder
deed, en ^gahus, die een' hongersnood en de ge«
vangennemiiif? van den Apostel Paulus voorfpelde.
V. Wordt ook niet Jezus Christns een' Profeet
genoemd?
A. Ja, v^egens zijn léeraarambt, en omdat hij
meermalen toekomende dingen voorfpelde. Menig een
hield hem in het begin voor een' Profeet, eer hij ken»
nis kreeg van zijne hooge waarde.
V. Bevat de Evangelifche gefchiedenis dan ook
voorfpellingen, door Jezus Christus gedaan?
A. |a, vericheidene. Hij voorfpelde ziinen dood
en opltandmg, de verwoesting van Jeruzalem, den
ondergang van den Joodfchen Staat, de uitbreiding
van het rijk van God onder alle volken , en meer an-
dere dingen, zeer juist.
\ V. Waarom had men in den tijd des Nieuwen
Verbonds niet meer zulke Profeten, als in deu ou-
den tijd?
A. Het rijk van God , voor hetwelk de oude
Profeten voorbereid hadden , was nu verfchenen, en
(lus tfaden de Apostelen in de plaats der Profete?i,
en