Boekgegevens
Titel: Katechismus des Bijbels, dat is: Eene korte en duidelijke onderwijzing aangaande den inhoud der Heilige Schrift: ten gebruike voor de christelijke jeugd
Auteur: Krummacher, F.A.; Wolterbeek, J.L.
Uitgave: Amsterdam: Johannes van der Hey, 1814
Opmerking: Vert. van: Bibelkatechismus. - 1810
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 677 K 37
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206135
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: algemeen, Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Catechismussen, Teksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Katechismus des Bijbels, dat is: Eene korte en duidelijke onderwijzing aangaande den inhoud der Heilige Schrift: ten gebruike voor de christelijke jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
ï3<5
ACHTSTE AFDEELING.
liefde te volharden, en allen omgang met de dwr.al-
leeraars te vermijden.
V. Aan wien is de derde brief gefchreven ?
A. Aan een' vriend des Apostels., Gajus genaamd,
van welken wij, zoo ais van andere in dezen brief
genoemde perfonen, verder geene berigten hebben.
V. Wat behelst deze kleine brief?
A. Joannes betuigt aan Gajus zijne liefde en zijne
goedkeuriiig over zijn gastvrij onthaal van de door-
reizende Christenen , en beveelt hem daartoe ook
zekeren Demetrius aan. Tevens waarfchuwt hij voor
zekeren Diotrephes ^ die de vreemdelingen op eene
onedele wijze behandelde, en des Apostels vijand was.
V. Waartoe reisden deze vreemde Christenen?
A. Zij waren om hunne belijdenis van de Heide-
nen vervolgd en verdreven geworden ?
V. Hoe moeten wij deze kleine brieven befchouwen ?
A. Als vriendelijke uitflortingen van het hart des
Apostels in den omgang met enkele menfchen, in
wtlke zijn liefdevolle geest en zacht karakter zicli
niet niinder dan in den\grooteren openbaart. Zoo
moet ons elk blad van zulk eene hand dierbaar zijn,
De Apostel verbeugt zich over de vrome kinderen
van zijne vriendin Kjria. i Brief vs. 4, — Goede
kindereu zijn der oudereii grootlle fchat. — De liefde
maakt ons tot Go'ds kindereu. vs. 6. — Wij moeteii
dezen tegen verleideten bewaren, vs 7 en S. — Wie
^net boozé menfchen omgaat, maakt zich hunner zon-
den deelnchtig. vs. 10 en ir. — Eene gezonde ziel
in een gezond ligchaam is het beste , wat men een*
mensch wenfchen kan. Brief vs. 3. — De groprfte
vreugd van Ouders en Leeraars is te vernemen, dac
hunne kinderen en leerlingen aan de waarheid getrouw
blijven, vs. 4. — Wie gosde menfchen onthaalt, en
h^un