Boekgegevens
Titel: Katechismus des Bijbels, dat is: Eene korte en duidelijke onderwijzing aangaande den inhoud der Heilige Schrift: ten gebruike voor de christelijke jeugd
Auteur: Krummacher, F.A.; Wolterbeek, J.L.
Uitgave: Amsterdam: Johannes van der Hey, 1814
Opmerking: Vert. van: Bibelkatechismus. - 1810
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 677 K 37
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206135
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: algemeen, Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Catechismussen, Teksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Katechismus des Bijbels, dat is: Eene korte en duidelijke onderwijzing aangaande den inhoud der Heilige Schrift: ten gebruike voor de christelijke jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
m
33a
ACHTSTE AFDEELTNG.
A. Er waren onder de Christenen fchandelijke
dwaalleeraars , die een flecht leven leidden, en, on-
der het voorwendfel van Christelijke vrijheid, oproer
ftichtten en allerlei dwalingen verbreidden. Tegen
zulke menfchen waarfchuwt de Apostel,
V. Op welk eene wijze waarfchuwt hij daar tegen ?
A. Hij toont vooreerst aan, dat heiliging van le-
ven en gezindheden het doel van hetEvangelie zij;
daarna befchriift hij die fchandelijke leeraars, ver-
kondigt hun Gods llraf, en waarfchuwt tegen hun
voorbeeld en hunne dwalingen.\
V. Welke waren vooral deze dwaalleeringen ?
A. Zij befpotteden de leer der Apostelen van de
wederkomst van Jezus ten oordeel, om daardoor de
menfchen in hunne ligtzinnigheid te verlterken.
V. Wat antwoordt de Apostel hierop ?
A. Dat de tijd des jongften gerigts ja wel onbe-
kend was, maar zeker verfcbijnen zoude; dat Gods
goedheid Hechts vertoefde , opdat da menfchen zich
verbeteren zouden , maar dat zijne geregtigheid zoude
openbaar worden.^
V. Wanneer fchreef Petrus dezen brief?
A. Kort voor zijnen dood. Hij is dus eene vader-
lijke vermaning en een woord van troost en affcheid
aan zijne van verleiders omringde kinderen.
Door de kennis en erkentenis van God en Jezus
Christus wordt de mensch de goddelijke natuur deel-
achtig. Hoofdft. I: 3 en 4. — De goddelijke natuur
kweekt alle deugden aan, gelijk bloefems en vruch-
ten, de eene uit de andere. Hoofdft. I: 5—7.— De
jnensch moet daarnaar ftreven, dan komt hij tot het
eeuwig rijk van God. Hoofdft. J: 10 en ir. >— Het
Evangelie is het licht, het welk ons daarheen leidt.
Hoofdft. I: 19. Dit eeuwig en vervrolijkend rijk
va».