Boekgegevens
Titel: Katechismus des Bijbels, dat is: Eene korte en duidelijke onderwijzing aangaande den inhoud der Heilige Schrift: ten gebruike voor de christelijke jeugd
Auteur: Krummacher, F.A.; Wolterbeek, J.L.
Uitgave: Amsterdam: Johannes van der Hey, 1814
Opmerking: Vert. van: Bibelkatechismus. - 1810
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 677 K 37
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206135
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: algemeen, Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Catechismussen, Teksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Katechismus des Bijbels, dat is: Eene korte en duidelijke onderwijzing aangaande den inhoud der Heilige Schrift: ten gebruike voor de christelijke jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Brieven der jfposteleKé
131
A. Hij behelst onderrigiingen omtrent de hoögö
VvaarJe der Christenen, en vermaningen tot eeneil
Christelijken wandel en gezindheden j aangeprezen
door het groote voorbeeld van Jezus Christus; zoo
als ook tot ftandvastigheid in de belijdenis van het
Evangelie. y
V. Hoe vertoont zich de Apostel in dezen brief?
A. Als een' vaderlijk bezorgde leeraar, die de
zwakheden van het menfchelijk hart bij ondervinding
kende, vermaant hij rot een ootmoedig en krachtig
Üreven naar hft rijk van God.
V. In welk jaar is die brief verzonden?
A. Men meent voor het naast in het jaar 60,
De erfenis des Christens is in den hemel, daarheen
leidt hem het geloof. Hooi^dfl. I: 3—9, — Heiliging
is des Christens roeping. Hoofdfl. I: 15 en 16. —•
Groot is de waarde der Christenen. Hoofdft. I: 18.
Al het aardfche vergaat, de waarheid blijft. Hoofdft.
]: 24 en 26. — De Cbristelijke Maatfchappij is een
goddelijk bondgenootfchap. Hoofdft. II: 9. — De
mensch is een vreemdeling op aarde, dus moet hij
bewijzen in zünen wandel, dat de hemel zijn vader-
land is. Hoofdft. II: 11 — 20. — Jezus Christus is
het voorbeeld van den Christen. Hoofdft. II: 21—
I.iefde omtrent alle menfchen is de vrucht van het
rijk van God. Hoofdft. lU: 8 en 9, IV: 8—10.
78.
Vrage. Aan welke Christenen is de tWeede brief
gefchreven ?
Antw. Aan dezelfde, aan welken de vorige brief
gerigt is, namelijk aan Christen gemeenten in Klein
Azië.
V. Welke is de naaste aanleiding tot dezen brief?
I 2 A. Er