Boekgegevens
Titel: Katechismus des Bijbels, dat is: Eene korte en duidelijke onderwijzing aangaande den inhoud der Heilige Schrift: ten gebruike voor de christelijke jeugd
Auteur: Krummacher, F.A.; Wolterbeek, J.L.
Uitgave: Amsterdam: Johannes van der Hey, 1814
Opmerking: Vert. van: Bibelkatechismus. - 1810
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 677 K 37
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206135
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: algemeen, Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Catechismussen, Teksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Katechismus des Bijbels, dat is: Eene korte en duidelijke onderwijzing aangaande den inhoud der Heilige Schrift: ten gebruike voor de christelijke jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
EERSTE AF DEELING.
A. Hij is de Vader der tnenfchen, en wil, dat
de nienfciien als zijne kinderen Hem gelijlcvormig,
en eeuwig gelukkig worden zullen: daarom heet
het rijk van God een rijk der Genade.
V. Waarin bellaar het rijk van God van de zijda
der menfchen?
A. In de kennis van God, in geloof, h'efde en
dankbaarheid jegens God.
V. Is het rijk van God reeds hier op aarde?
A. Ja, God was altijd de lie[de zelve ^ en de
Vader der menfchen; maar de menfchen verwijder-
den zicli door de zonde van het Goas-rijk\ en dat
wel door eigene fchuld.
V. Welke menfchen behooren dan wezenlijk tot
het rijk van God?
A. Alle vrome menfchen, die Gods wil met
blijdfchap en uit liefde volbrengen.
V. Op welk eene wijze handelt de Bijbel van
het rijk van God?
A, Hij toont aan, wat God van ouds af aan de
menfchen gedaan heeft en nog doen ml, opdat zij
in het rijk van God mogten ingaan: ook leert Hij,
wat de menfchen gelooven en doen moeten, om in
dat rijk van God te komen. De Bijbel bevat daar-
om in zich gefchiedenis en leer.
Het zigtbaar rijk van God, de natuury is cm hst
onzigtbare aanwezig. — De aarde bellaat voorname-
lijk om des menfchen wil. — De mensch is van god-
delijk gedacht; de aarde is het huis zijner opvoeding,
zijne leerfchool: wij zijn hier vreemdelingen % hier is
nechts he: begin en de voorbereiding voor het rijk
vau God, in een volgend leven komt het koningrijk
der hemelen volkomen. — Gelijk de aarde Ifcht en
warm-