Boekgegevens
Titel: Katechismus des Bijbels, dat is: Eene korte en duidelijke onderwijzing aangaande den inhoud der Heilige Schrift: ten gebruike voor de christelijke jeugd
Auteur: Krummacher, F.A.; Wolterbeek, J.L.
Uitgave: Amsterdam: Johannes van der Hey, 1814
Opmerking: Vert. van: Bibelkatechismus. - 1810
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 677 K 37
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206135
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: algemeen, Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Catechismussen, Teksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Katechismus des Bijbels, dat is: Eene korte en duidelijke onderwijzing aangaande den inhoud der Heilige Schrift: ten gebruike voor de christelijke jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
ï3<5
ACHTSTE AFDEELING.
Brief aan de Philippiërs,
68.
Vrage. Waar lag de ftad Philippi?
Antw. Zij was eene der hoofdlieden van Maee-
doniën. Thans is zij een doip in Europisch Tur-
kijen, Filièa geheeten. •
V. Wie (lichtte de Christen gemeente te Philippi?
A. De Apostel Paulus zelf met zijne leerling-^n
Silas, Timotheus en Lukas. War hun daar beje-
gende, vinden wij Hand. XVI, XXII enz. Nader-
hand kwam Paulus nog eens le Philippi.
V. Welke was de aanleiding tot dezen brief?
A. De PhilippiSrs hadden eene hartelijke liefde
voor den Apostel. Zij hadden hem reeds vroeger
door bijdragen van geld op zijne reizen onderfteund,
en Paulus onderfcheidde deze gemeente daarin boven
andere, dat hij gefchenken van haar aannam. Thans
hadden zij hem weder een gefchenk gegeven.
V. Waar bevond zich dan de Apostel toenmaals ?
A. Hij ivas in de gevangenis te Rome, en de
Philippiërs wenschten op het vurigst eenig berigt
van hem te ontvangen.
V. Wien hadden zij tot dat einde gezonden ?
A. Zijnen bijzonderen vriend, Èpaphrodiius ge-
naamd. Deze viel echter, aanftonds na zijne aan.
komst te Rome, in eene hevige krankheid, en Paulus
zond hem, zoodra hij genezen was, terug, om de
Philippiërs gerust te ftellen, en gaf hem dezen
brief mede.
V. In welken toeftand bevond zich deze gemeente?
A. In eenen zeer goeden toeftand: zij beftond
grootendeels uit Christenen uit de Heidenen, en
bleef ftandvastig bij de reine leer van het Evangelie,
fchoon Joodfche Christenen haar Mozes wet wilden
opdringen, eu haar vervolgden. V. Wel-