Boekgegevens
Titel: Katechismus des Bijbels, dat is: Eene korte en duidelijke onderwijzing aangaande den inhoud der Heilige Schrift: ten gebruike voor de christelijke jeugd
Auteur: Krummacher, F.A.; Wolterbeek, J.L.
Uitgave: Amsterdam: Johannes van der Hey, 1814
Opmerking: Vert. van: Bibelkatechismus. - 1810
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 677 K 37
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206135
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: algemeen, Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Catechismussen, Teksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Katechismus des Bijbels, dat is: Eene korte en duidelijke onderwijzing aangaande den inhoud der Heilige Schrift: ten gebruike voor de christelijke jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
ï3<5
ACHTSTE AFDEELING.
A. Zij beftond uit voormalige Joden en Heidenen,
Evenwel was het getal der Christenen uit de Heide,
nen het grootfle,
V. Wat gaf aanleiding tot het fchrijven van de-
zen brief?
A, Er waren Joodschgezinde leeraars naar Gala-
tiëu gekomen, en hadden de dwaalleer verfpreid,
dat de Christenen de wet van Mozes moesten in
acht nemen.
V. En dit was immers regtftreeks ftrijdig met de
leer des Apostels?
A, Zeer zeker. Daarom zochten zif ook het aan-
zien van den Apostel Paulus bij de Gaiatiërs door
allerlei valfche befchuldigingen te verkleinen, en be-
weerden , dat hij hierin afweek van de andere Apostelen.
V, Vonden dan deze dwaalleeraars bijval bij de
Gaiatiërs ?
A. Ja, bij velen: want de Gaiatiërs waren goed-,
hartige, maar ook ligtzinnige en ligt verleidelijke
menfchen.
V. Wat is dan de hoofdinhoud des briefs?
A. Pnulus onderrigt hen van de affchaffing der
wet van Mozes door het Evangelie, en van de voor-
treffelijkheid van het Christendom boven de Mozaï-
fche godsdienstleer; maar waarfchuvvt tevens voor
het misbruik der Christelijke vrijheid.
V. Is dit alles?
A. Neen, hij verdedigt in het eerfte gedeelte de
waardij en het gezag van zijn Apostelambt, en we-
derlegt en verwerpt de dwaalleeraars.
V. Welke is dus de heerfchende leer van dezen brief?
A. Wij zijn, als kinderen van God, niet geroe-
pen tor een' llanffchen godsdienst, die alleen in het
uitwendige gelegen is, maar tot de inwendige veree-
ring van God in geest en in waarheid. V. Is