Boekgegevens
Titel: Katechismus des Bijbels, dat is: Eene korte en duidelijke onderwijzing aangaande den inhoud der Heilige Schrift: ten gebruike voor de christelijke jeugd
Auteur: Krummacher, F.A.; Wolterbeek, J.L.
Uitgave: Amsterdam: Johannes van der Hey, 1814
Opmerking: Vert. van: Bibelkatechismus. - 1810
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 677 K 37
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206135
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: algemeen, Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Catechismussen, Teksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Katechismus des Bijbels, dat is: Eene korte en duidelijke onderwijzing aangaande den inhoud der Heilige Schrift: ten gebruike voor de christelijke jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
f.
H
•ßVENDE AFDEELINC.
A. De vrome, waarheidlievende heiden zond naaf
Petrus om tot hem te komen: Petrus had op den.
zelfden tijd een gezigt, waarin hem werd bekend
gemaakt, dat ook de Heidenen in het rijk van God
zouden opgenomen worden; en nu ging Petrus heen,
en doopte Kornelius en zijn ganfche huis.
V. Hoe onderfcheidde men van nu aan de Chris-
tenen ?
A. In Christenen uit de Joden, en Christenen
uit het Heidendom, of Joodfche Christenen en Hei'
ienfche Christenen.
V. Wat ontftond er uit deze onderfcheiding ?
A. Schefiringen, — Vele Joodfche Christenen
verlangden, dat de Christenen uit de Heidenen de
Joodfche gebruiken en de wet van Mozes aannemen
en opvolgen zouden.
V. Gefchiedde dat?
A. Neen. — De Apostelen leerden, dat de een
voor den ander geen voorregt had, en dat de Chris»
tenen niet aan de Joodfche wetten gebonden waren.
V. Waar was de eerfte Christen-gemeente, die
uit Joodfche en Heidenfche Christenen beftond?
A. Te Antiochiën, de hoofdftad van Syriën.
Dezen noemden zich het eerst Christenen.
De gefchiedenis van Kornelius. Hoofdft. X en Xf.—
De christelijice leer is een dienst van God in geest
en in waarheid, — Het uitwendige zou van langza-
merhand door den geest van het Christendom afge-
fchaft worden. God ziet uiet op het uitwendige maar
op het inwendige. Hoofdrt. X: 34 en 35 i Tm. IV: 8.
Het Christendom is aan niets uitwendigs gebonden,
maar beftemd en gefchikt om de godsdienst van alle
befchaafde volken te worden.
" Rei-
m