Boekgegevens
Titel: Katechismus des Bijbels, dat is: Eene korte en duidelijke onderwijzing aangaande den inhoud der Heilige Schrift: ten gebruike voor de christelijke jeugd
Auteur: Krummacher, F.A.; Wolterbeek, J.L.
Uitgave: Amsterdam: Johannes van der Hey, 1814
Opmerking: Vert. van: Bibelkatechismus. - 1810
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 677 K 37
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206135
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: algemeen, Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Catechismussen, Teksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Katechismus des Bijbels, dat is: Eene korte en duidelijke onderwijzing aangaande den inhoud der Heilige Schrift: ten gebruike voor de christelijke jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
Gefchiedenis dv Jlposteletii
n
öaat onder Gods leiding; het moet tot uitvoering vau
zijne hooge bedoelingen dienen : donder en blikfem
moeten dikwijls het land vruchtbaar maken. — Een
rian van zulk eeue kracht, ijver en kunde, was bij
uitftek gefchikt ter uitbreiding yan het Evangelie. —
Met Paulus begint een nieuw tijdperk van het rijk van
God, deszelfs uitbreiding namelijk onder de heidenen,—
De wonderbare verfchijning op den weg was de aan-
leiding tot Paulus bekeering. — Door nadenken en
onderzoek, door ootmoed, gebed en geloof werd Pau-
lus de man, waartoe God hem geroepen had.
Het Godsrijk onder de Heidenen.
59-
Vrage. Was Paulus alken daartoe befiemd, otn
Let Evangelie onder de Heidenen te verkondigen?
Antw. Paulus voornamelijk^ maar ook da andere
Apostelen moesten geen onderfcheid maken tusfchen
Joden en Heidenen.
V. St)rak dit niet van zelfs ?
A. Zeer zeker. Jezus had het dikwijls zijne leer-
lingen gezegd, dat ook de Heidenen tot de waarheid
geroepen waren : maar het viel in den aanvang
den Apostelen moeijelijk dit gebod te erkennen en te
vervullen.
V. Van waar kwam dat?
A. De Joden hadden het vooroordeel, dat zij al-
leen het uitverkoren volk van God waren; van daar
dat zij eene groote minachting tegen de Heidenen
hadden, en tevens geloofden, dat zij zich door den
omgang met hen verontreinigden.
V. Was dit dan bij de Apostelen het geval?
A. Ja Dit bewijst de gefchiedenis van de be-
keering des heidenfchen hooj'dmans Korneiius.
V. Hoe gefchiedde die?
A. De