Boekgegevens
Titel: Katechismus des Bijbels, dat is: Eene korte en duidelijke onderwijzing aangaande den inhoud der Heilige Schrift: ten gebruike voor de christelijke jeugd
Auteur: Krummacher, F.A.; Wolterbeek, J.L.
Uitgave: Amsterdam: Johannes van der Hey, 1814
Opmerking: Vert. van: Bibelkatechismus. - 1810
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 677 K 37
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206135
Onderwerp: Theologie, godsdienstwetenschappen: christelijke leer: algemeen, Theologie, godsdienstwetenschappen: godsdienstige opvoeding
Trefwoord: Catechismussen, Teksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Katechismus des Bijbels, dat is: Eene korte en duidelijke onderwijzing aangaande den inhoud der Heilige Schrift: ten gebruike voor de christelijke jeugd
Vorige scan Volgende scanScanned page
90
ZEVENDE AFDEELINS.
A. Martelaarsy dat is: getuigen der waarheid,
of bloed-getuigen, omdat zij bloed en leven voor
de waarheid opofferen.
V. Wie was de eerfie martelaar van hetEvangelie?
A. StephanuSi een man vol geloof en des Heili-
gen Geestes, wien de Apostelen verliozen hadden
om de armen te verzorgen en aalmoezen uit te deelen.
V. Waarom werd Stephanus van anderen ver-
volgd?
A. Wijl hij grooten ijver bewees voor de zaak
van God, en de uitbreiding van het Evangelie.
V. Waarom befchuldigden zij hem?
A. Zij lieten door valfche getuigen verklaren, dat
hij God en Mozes gelasterd had.
, V. Wat deed Stephanus?
A. Hij hield eens redevoering voor den hoogen
raad, waarin hij het joodfche volk uit deszelfs ge-
fchiedenis bewees, dat het altijd een halftarrig volk,
een volk, dat Gods wijze en goede oogmerken we-
derftreefde, geweest was, en nog was.
V. Wat was het gevolg van deze redevoering?
A. Zij werden verbitterd, braken zijne redenen
af, voerden hem met getier de ftad uit, en fteenig-
den hem.
De vijanden der waarheid handelen even zoo tegen
Stephanus, als eertijds tegen Jezus; — met leugen,
met valfche getuigen, met razen en tieren. — Zij
meenen den geest der waarheid te dooden, terwijl zij
Hecht» het ligchaam dooden ! — De kalmte, en dé
vreugd en moed van een goed geweren, in Stephanus
zigtbaar. HoofdR. VI: 25, vergel, i Joann. III: 21
en 22. — Een flecht geweten is altijd fchuw en vrees-
achtig. — Stephanus bewijst den hoogen raad allen
fchuldigen eerbied, maar de y/aarhiid geeft hij niet
prijs. —
7