Boekgegevens
Titel: Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 10: 5
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange
Groningen: J. Oomkens en zoon, 1818
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 435 : 10 (5)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206108
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
SI «K.onden dis:
roet A, dan A had met B, dan zal A weder B
loslaten en alzoo nederploffen, cn zich bij voor-
keur met C vereenigen»
QPr$ef met eplosfwg van magnefia in zwavel-
zuur^ daarbij gevoegd eenig loogzout.')
DE LUCHT.
S. 173.
De dampkring onzes aardbols, welke denzel-
ven van alle zijden omringt, beftaat hoofdzake-
lijk uit eene fijne onzigtbare veerkrachtige vloei-
ftof, welke men lucht noemt: in dezelve rijzen
de uitwaleraingen van de oppervlakte der aarde
naar boven, en veroorzaken door hare onderlin-
ge verbindingen, of wel met de lucht zelve, dc
wolken en andere luchtverhevelingen.
174.
Deze dampkring verdunt zich naar boven hoa lan-
ger hoe méér, tot dat dezelve in het niet uitloopt,
doordien de veerkrachtige vloeiftof, waaruit hij
beftaat, hooger minder toedrukt wordt, dan om
laag, en daarom door eigene veerkracht uitzet.
S- 175.
De lucht, welke met de oprijzende dampen den
dampkring uitmaakt, en door hare veerkracht en
fijnheid zich overal in de poriën der ligchamen
bevindt, bezit de volgende eigenfchappen, als:
zij is i. doorfchijnend, en daarom onzigtbaar.
i — a. zwaar, en dus drukkende met een ze-
ker gewigt op onzen aardbol, en
—— 3. veerkrachtig*
S. 175.
i. Dat de lucht doorfchijnend is, blijkt genoeg bij
de ondervinding, doordien wij de voorwerpen er hel-
der doorhenen zien, zoo als bij den mist eu war
t«rdanip geene plaats heeft, §. 177.