Boekgegevens
Titel: Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 10: 5
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange
Groningen: J. Oomkens en zoon, 1818
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 435 : 10 (5)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206108
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
KATUURKUN>B.
«7
derzelve verwantfchap heeft , en alzoo dezelve
geheel te zamen brengt.
Proef met sater en oUt, daarbij gev»egd fier-
ke pftas'ch.)
§. 170.
Wanneer de deelen eens ligchaams in een ze-
ker fcheivocht worden opgelost, zoo gefchiedt
zulks flechts voor zoodanig gedeelte als het vocht
vermogen heeft aaa te trekken, of, om oneigen-
lijk te fpreken, zoo veel het dragen kan; daar»
na neemt het niets meer aan, en men zegt het-
zelve gefatureerd of verzadigd te zijn.
$• X7I.
Wanneer het fcheivocht met eenige fl:of is verza-
digd, en er eene of andere omftandigheid plaats heeft,
«lat hetzelve deze opgeloste ftof niet meer op kan
houden, b. v. als men bij eene oplosling van de
eene of andere ftoffe in wijngeest, water doet, en
dus dezelve krachteloos maakt, dan laat de wijngeest
de opgeloste ftof gedeeltelijk los, deze valt op den
bodem , of wordt enkel troebel, naar mate van de
lbortelijke zwaarte van het opgeloste, hetwelk
men dan precipiteren of nederplafFen noemt.
(^Proef met tinEtuur van chinu of eau de co*
logne in water.)
S- 17a.
Ook gefchiedt deze nederploffing (precipitatie );
wanneer men bij eene oplosfing eene andere (bsffe
doet, die meer vsrwantfchap met het opgeloste
of het fcheivocht heeft; dan vereenigen zij zieh
daarmede, en het overige wordt losgelaten - en
ncdergeploft, b. v. wanneer twee ligciiamen of
ftoffén, A en B, waarvan eene tot fcheivocht
verftrekt heeft, vereenigd zijn, en men er een
derde C bij doet, dat meer verv/antfckap heeft
F 4 EICÏ