Boekgegevens
Titel: Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 10: 5
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange
Groningen: J. Oomkens en zoon, 1818
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 435 : 10 (5)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206108
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
74. «RONDEN DER
S- HI.
Wanneer een veerkrachtige ba! geworpen word,t
tegeneen hard, vlak, veerkrachtig ligchaam, met
eenen fchuinfchen hoek, dan zal de bal altijd we-
der opfpringen met eenen gelijken hoek; dat is, de
hoek, welken de bal met de loodlijn maakt, bij
den ftoot, zal altijd gelijk zgn aan dien, waarme-
de hij wederom terugftuit.
{Proef met ivoren ballen, zeer zigtbaar op eene
biljarttafel.)
§■ 122.
Wanneer twee veerkrachtige ligchamen elkander
botfen, zoo verwisfelen zij van fnelheid, zoodra
zij een gelijk gewigt hebben; vandaar dat een bal,
die tegen eenen anderen, ftllhangenden, van gelijk
'gewigt, wordt aangeworpen, ftil zal blijven hangen ,
terwijl de ftilhangende met die zelfde ' fnelheid
voortgaan als die had, welke er regen (lootte. Loo-
pen twee ballen elkander achterna, v/aarvau de ach-
terfte den voorfren inhaalt, en zijn zij van gelijk
gewigt, dan verkrijgt de voerfle de fnelheid van
den tweeden, en de tweede wordt met zoo veel
fnelheid als de eerfte had teruggezet.
' (^Proef met tvee ivoren ballen, aan koor-
den naast elkander opgehangen.)
S' 123.
Bijaldien inen vijf of meer ivoren ballen aati
koorden vlak naast elkander hangt, en eénen der-
aelve , welke op het einde hangt, opligt en tegen
de anderen vallen laat, dan zullen zij allen ftil
blijven hangen, uitgenomen de laatfte; deze zal
even zoo opfpringen , en wel tot dezelfde hoogte als
Vanwaar men den eerften heeft losgelaten; laat
tnen twee ballen tegelijk vallen, zoo fpringen
fir ook twee ballen van het andere einde op, enz.
'■ ( Proef met naast elkander hangende ballen. )