Boekgegevens
Titel: Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 10: 5
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange
Groningen: J. Oomkens en zoon, 1818
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 435 : 10 (5)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206108
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
114 GRONDEN DER.
weten, natnelijk: men ontleedt dezelve in de
enkelvoudige werktuigen , waaruit zt; zijii za-
mengefteld, en ftelt de verhouding van magt
tot last in ieder werktuig onder elkander, en ver-
menigvuldigt dan de getallen der lasten en die der
magten met elkander, de produdten daarvan zullen
de verhouding opleveren van magt tot last, om
in het zamengeftelde werktuig evenwigt te maken,
iro.
Het eerde zamengedelde werktui?. dat in aan»^
merking komt, is de zamengefleUe Hcfbüom. Dt«
ze beftaat uit twee of meer Hefboomen, die op
elkander werken, zoodanig dat het lastpunt van den
eerften drukt op het magtpunt van den tweeden,
cn even zoo het lastpunt van den tweeden op het
magtpunt van eenen derden , enz,: zoo nu in den
eerften Hefboom magt tot last was als t tot 3,
in den tweeden als 1 tot 4, en in den derden als i
tot 5, dan is de vermenigvuldiging der magten
altijd 1, doch die der lasten 3 x 4 x 5 is 60,
zoodat, in dit geval, in dezen zamengedelden
Hefboom , magt tot last zijn zal als 1 tot 60. ■
' ( Prtef met zamsns,eftelde Hefboamen,)
s. III.
Zoo bedaan de Overtoomen, tot het overhalen
van fchuiten gefchikt, uit een Hellend vlak en
Windas; de Bok, om palen uit defi grond te ha-
len, uit een Braadfpit, dat eene Windas is, een'
Takel van vier of meer fchijven, en een* Kaap-
ftander, zijnde eene horizontaal werkende Windas.
Eene Dommekracht bedaat uit eene Kruk, die een
rad doet omgaan, en dit rad werkt weder op een
ander dat vast is aan de fpil van een kleiner
Isd, welk klein rad in de tanden van de dom-
saekracht'vat eii het ijser opwindt j beide de-