Boekgegevens
Titel: Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 10: 5
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange
Groningen: J. Oomkens en zoon, 1818
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 435 : 10 (5)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206108
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
5» «aaNBEN »e».
volgens de fterkfte kracht, met eene fnelheid , dis
het verfchil dezer krachten uitmaakt: maar zijn de-
ze krachten gelyk, als dan zal het ligchaioi in
rust blijven, dewijl de krachten over en weder
elkander opwegen, hetwelk men evenwigt noemt.
Wanneer de beweging door twee of «ie«r krach
ten wordt voortgebragt, noemt men haar z««
mengefteli.
S- 44.
Wanneer twee krachten met eene zekere fchuin
te, of hoek , op een ligchaam tegelijk werken , zal
het ligchaam noch de rigting der eene, noch die
der andere kunnen volgen, maar eene rigting
nemen tusfchen die beide krachten in; zoodanig
dat, wanneer men de krachten , die tegelijk op
een ligchaam werken, gelijk ftelt aan de twee zij-
dea eens parallelograms, het ligchaam de diaconaal
volgen en afleggen zal in denzelfden tijd, als het
ligchaam, door ééne hand belluurd, eene der zij-
den zou hebben afgeloopen.
{^Prtef met ecu ligchaam door t-aee rriagleni
langs een plankje opgetrokken,) {
S- 45.
Daar nu dez€ drie verfchillende rigtint^en int
dezelfde, dat is, in gelijke tijden, doorgeloopen
worden C S» 44.)» zoo kuunen deze lijnen ooï
de fnelheden van het ligchaam en de grootheic
der krachten uitdrukken; waarom inen dan col
de beweging van het ligchaam langs de dia^^onaa
befchouwen kan door eene derrie enkele kracli
te zijn voortgebragt, welke aan de grootte dez«
liin "gelijk is, en evenwigt niet de twee antlei
maakt, als men het ligchaam in de tegengefteli
ligting van de diagonaal laat werken.
{Zie de Proef met het ronde tafuUje^ hij èr.
VESANDE t, I, li.^^. 3. S"^