Boekgegevens
Titel: Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 10: 5
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange
Groningen: J. Oomkens en zoon, 1818
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 435 : 10 (5)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206108
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
NATUÜRKVNBÏ.
iT
S' 99'
Onze Aardbdl beweegt zich, met de overige
Planeten, om de Zon, en de i\4aan weder oui
haar; zoodat zij te zamen met de Maan in
eene eenigzins eironde loopbaan om dezelve wordt
gevoerd,
100.
Terwijl de Aarde, in het bedek van een jaar,
zich om de Zon beweegt, wentelt zij gedurig,
alle vierentwintig uren om hare as; door welke om-
wenteling de Zon en de fterren ichijnen op en on-
der te gaan en zich rondom ons te bewegen, het-
welk alzoo den dag en den nacht voortbrengt.
$. lOl.
Gedurende den tijd, dat de Aarde zich rondom de
Zon, al wentelende om hare as, beweegt, houdt zij
hare polen altijd naar dezelfde punten des Hemels
gekeerd, waarvan de Noordpool naar een punt na-
bij de zoogenaamde Noordfter wijst: zoodat die fier
ook aan den Hemd genoegzaam niet van plaats
verandert. Door dezen altijd gelijken ftand der as ,
worden de faizoenen of jaargetijden veroorzaakt.
S- 102.
Daar de Maan een donker ligchaam is, en
zich tegelijk met de Aarde om de Zon be-
weegt, ontvangt zij ook al haar licht van de
Zon, en heeft dan eens hare vol verlichte zijde
Haar de Aarde gekeerd, en dan eens hare geheel
donkere. In het eerfte geval noemen wij hèt
Volle, en in het laatfte Nieuwe Maan; ma-
kende de tusfchenftanden de kwartieren uit. Dï\
Maan houdt in' hare beweging om de Aarde al-
tijd hare zelfde zijde naar de Aarde gekeerd, en,
daar zij met de Aarde voortgaat, duurt elke
Manefchijn of omloop ten aanzien van de Zon
29É dag. Cs S. 103.