Boekgegevens
Titel: Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 10: 5
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange
Groningen: J. Oomkens en zoon, 1818
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 435 : 10 (5)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206108
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
natuurkunde, 31
ne ftljltjes, het mannelijke uitmaken; in geene bloemen
zijn dezelve merkbaarder dan in de leliën (Z/Y/Wea).
Van de onderfcheidenedeelendezer beide geflachten in
de bloemen, noemt men de vrouwelijks deelen, die men
in het midden der bloemen aantreft, den ftamper
ifiistillum) ; deze beftaat weder in den vruchtknop
i^germenj, den ftijl (^Jlylus) en den ftempel
Cfiigma). Om deze vr ouwelijke deelen heen zijn
de maunelijke of helmftijitjes i fiamtna;, zij be-
ftaan ieder uit het draadje (fihmentum, en het
daarop rustend he;rapje of ineiiknopje (^anthera);
dit laatfte is met meeiftof bedtkt, hetwelk, onder
een (lerk vergrootglas bezien, eigenlijk uit teedere
klaasjes bellaat, vVeike eene nog oneindig fijnere en
tevens vochtige ftof of poeder bevatien ; deze blaas-
jes, op din vrouwelijken flaraper vallende, ope-
nen zich aldaar, om die fijne vochtige ftof of
poeder op denzelven uit te ichudden.
S. 8«'
Door Dieren verftaan wy al die fchepfelen, wel-
ke een inwendig ^e^/oel en leven bezitten, cii
zich zelve, van de eene plaats naar de andere,
kunnen bewegen.
Men onderfcheidt de dieren, in het algemeen,
in redelijke of redemaqtige , en in redclooze die-
ren; tot de eerlte behoort alleen de niv::isci), en
tot de laatfte beliooren al de overige dieren, welke
gewoonlijk verdeeld worden in de volgende klasfen,
als in die van: '
I. fVórmm, zoo als aard-^ormcn en maden,
ei'Z, deze hebben geeue pooten.
a. Inftkttn of gckorvene ^ zoo als vlooijen, vlie-
gen, rupfen, zijwormen, torren, muggen enz.
dfze hebben ingewrlchte, hoornachtige be-
weglngs w crktuigen.