Boekgegevens
Titel: Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 10: 5
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange
Groningen: J. Oomkens en zoon, 1818
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 435 : 10 (5)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206108
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
i GRONDEN' DER
S- '9.
Wanneer de vloeiftoffen zich bij vaste ligchar
men bevinden, ziet men de deelen der vloei-
ftofFen blijkbaar optreklien, door die der vaste
ligchamen, eu deze aantrekking in volle kracht
vertoonen, en dezelve zoo hoog optrekken, tot dat
de zwaarte der opgetrokkene vloeiftof gelijk ftaat
aan de »antrekkingskracht van het vaste lig-
chaatn.
( Proef met glazen haarbuisjes, en water tus-
fchen flaande glazen f laten.)
20.
Wij hebben reeds aangemerkt CS» ^7-) dat
deze aantrekkingskracht algemeen was, en allen
ligchamen eigen, en llerker, naar mate de vaste
ftofdeclen meer voorhanden zyn CS- zoo-
dat dan ook onze aardbol eene aantrekking moet
oefenen op al de ligchamen, die op en boven
hare oppervlakte zijn, ja ook op de overige
ligchamen aan den hemel, als de maan, de zon
pa fterren, en deze allen wederkefirig op oazea
aardbol.
§. ai.
Daar nu onze aardbol alle ligchamen op en
bij hare oppervlakte zoo zeer in grootte, en dus
ook in hoeveelheid van vaste ftofFen , overtreft, moet
zij ook eene alles overtreffende aantrekking op al
deze zoo oneindig kleinere ligchamen oefenen en
dezelve overal blijkbaar wezen: dit leert ons nn
de ondervinding alle oogenblikken, doer het-
gene wij vallen noemen; dit vallen is niet an-
ders dan eene aantrekking van den aardbol op alle
ligchamen, welke zich op en boven hare opper-
vlakte bevinden; welke aantrekking van onzen
aardbol, dsor de Natuurkundigen, zwaartekracht
genoejnd wordt, J. as,