Boekgegevens
Titel: Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 10: 5
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange
Groningen: J. Oomkens en zoon, 1818
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 435 : 10 (5)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206108
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
N A T U ü R K U N D Ei 5
ware ligchaam, dat daardoor verbeeld wordt,
onderfcheiden.
(Proef met een ieeld voor den hollen fpiegel.^
§• 9-
Niet alleen in de vaste, maar ook in de vloei»
bare ligchamen, worden wij die kracht van tegen»
handbieding gewaar; zelfs in de lucht, die ,op
eene onzigtbare wijze onzen aardbol van alle zie-
den omringt, en waarixi wij en alle andere fchep-
felen leven, is die kracht zeer merkbaar.
(^Proeven met een bierglas het onderjle boven in
het water te dompelen; met de duikerklok, en
met den water hamer.)
10.
De deelbaarheid is die eigenfchap der ligchamen,
waardoor het mogelijk is, hoe groot of klein
zij üns mogen voorkomen, om dezelve nog ver
dar in deelen te ontbinden.
In de verbeelding kan men deze verdeeling zich
voorfteJIen tot in het oneindige: want men ka:i zich
verbeelden een ligchaam te verdeelen in |, J,
70-> 5i» houdt
Booit' op; doch ia de Natuur kan men op de-
zelfde wijze niet te werk gaan. Alhoewel het
waar is, dat, hoe fijn men ook ligchamen doot
de kunst verdeele, men evenwel nimmer zeggen
kan, tot de grootfte fijnheid gekomen te zijn,
is het nogtans vermoedelijk, dat er eerfte of
gronddeeltjes der flofFen beftaan, welke, om der.
zeiver hardheid, niet meer kunnen verdeeld wor-
den.
II.
De Natuur, en ook de kunst, leveren ons ver-
w.onderenswaardige verfchijntelen op va;i deze
deelbaarheid, door de fijnheid v/aartoe de deelen
A 3 der