Boekgegevens
Titel: Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 10: 5
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange
Groningen: J. Oomkens en zoon, 1818
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 435 : 10 (5)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206108
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
IS<5
«ronden der
verlies der zuivere lucht in den dampkring. Zoo
hebben ook proefnemingen doen zien, dat het
licht nadeelig werkt op het uitbotten of ontwik-
kelen der zaden, • welke door het daglicht, en
vooral door het zonnelicht, het meest worden te-
ruggehouden.
S' 317-
Alle ligchamen, die uit zich zelve licht geven,
zoo als de zon, de fterren , vuurvlammen, enz.
noemt men lichtende ligchamen; de overige, die,
om gezien te worden, door zoodanige lichtende
ligchamen moeten verlicht worden, heeten don-
kere ligchamen,
%- 318.
Ligchamen, die het licht in regte lijnen doorla-
ten, zoo als glas, kristal, water, enz. dragen
den naam van doorfchijnende\ doch die hetzelve
in allerlei rigtingen verfpreiden, of zich wel che-
misch met deszelfs deelen verbinden, zijn on-
doorfchijnend,
$• 319'
De doorfchijnendheid eens ligchaams wordt ver-
meerderd door deszelfs poriën te vullen met eene
ftof, die meer overeenkomst met deszelfs digt-
heid heeft dan de lucht, welke zich in dezelve
bevindt.
{^Proef met matglas \^dat ondoorfchijnend is\
nat te maken, of papier te oltên, 3
Ligchamen, die, aan het licht blootgefteld zijn-
de, hetzelve als inzuigen en bewaren , of met
zich dragen, zoodat zij in het donkere licht gewen
noemt