Boekgegevens
Titel: Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 10: 5
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange
Groningen: J. Oomkens en zoon, 1818
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 435 : 10 (5)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206108
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
132 SROKDEN DS&
S- 307«
Behalve de declinatie, waarover hiervoor, in (J.
305.) gefproken is, heeft er bjj de magneetnaald nog
eene vooroverhelling of inclinatie plaats; dat is ,
als men de magneetnaald plaatst in den magnetifchen
meridiaan, zoodanig dat zij vrij bewegen kan voor-
en achterover, dan ontftaat er eens helling of
voprovefbuiging naar het Noorden, alhier van om-
trent 72 graden: zonderling is het, dat deze helling
vermeerdert, zoodra men deze naald buiten dea
magnetifchen meridiaan brengt; zoodat de naald
in de rigting van den magnetifchen Equator geheel
regt op en neder ftaat.
308.
Er zijn plaatfen op den aardbol, alwaar de inclina-
tievan den magneet regt opeu neder is; waarom dezel-
ve dan daar ook geene zijdelingfche beweging hebben ,
of het Noorden aanwijzen kan, en er dus gezegd
kan worden, dat daar, waar dit plaats heeft, het
kompas ftilftaat.
S- 309-
Wanneer men twee magnaten tot elkander met
hunne polen doet naderen, dan zal de Noordpool
van den eenen de Noordpool van den anderen afftoa-
ten; zoo ook de Zuidpool van den eenen de Zuid-
pooi van den anderen: doch de Noordpool van
den eenen zal de Zuidpool van den anderen beften-
dig aantrekken, zoodat polen van denzelfden
jiaam elkander afftooten, terwijl de ongelijknamige
elkander aantrekken.
( Proeven met twee magneetnaalden of flaven,
en verklaring van vermakelijkheden, hierop
rustende,)
S- 310.