Boekgegevens
Titel: Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 10: 5
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange
Groningen: J. Oomkens en zoon, 1818
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 435 : 10 (5)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206108
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
natuurkunde. 109
onder het ontvangglas van de luchtpomp, ook
niet onduidelijk aan, dat het lucht- en vooral
dampbellen zijn, welke zich bij de bevriezing
door de fchielijk losgelatene warmte ontwikkelen ,
welke deze uitzetting van het ijs te weeg bren-
gen.
(^Proef met het bevriezen van vater boven zwa-
velzuur, onder het ontvangglas, waarin
de lucht zeer hoog verijld is. )
S' 241. _
Alle ligchamen zouden alleen vast zijn, of uit
veerkrachtige vloeiftof beftaan,en druipende vloei«
ftolFen zoude men niet kennen ; bijaldien er gee-
ne drukking van den dampkring plaats had, deze
drukking belet der warmteftof, zoowel het ver-
der indringen, als het meerder uitzetten der tot
vloeibaarheid gefchikte li»chamen.
( Proef met laauw water en wijngeest, in het
ij del te doen koken. )
S- 242.
Alle ligchamen of ftolTen, welke van eenen dik-
keren tot eenen dunneren ftaat, dat is van druipende
vloeiftof tot veerkrachtige overgaan, trekken de
warmteftof der aanrakende of naburige ligcha-
men tot zich, om deze uitzetting te bevorderen ;
terwijl die ftofFen, welke van eenen dunneren of
ijleren ftaat tot eenen dikkeren of digteren overgaan,
zoo veel warmteftof loslaten, en aan de aanlig-
gende of naburige ligchamen mededeelen, als zij
in den verdunden ftaat meerder noodig hadden
dan in den dikteren, dat is van vloeibare tot vas-
te, of van veerkrachtige tot vloeibare overgaan;
waarom dan in het eerfte geval altijd koude, en
in het laatfte warmte, wordt voortgebragt. De
kou-»