Boekgegevens
Titel: Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 10: 5
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange
Groningen: J. Oomkens en zoon, 1818
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 435 : 10 (5)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206108
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
natuurkunp». lol
S. 2l8,
Deze brandbare lucht is ibintyds twaalf J vijftieix
malen ligter dan de darapkringslucht (dat is het
mengfel van zuivere en ftikftoflucht, hetwelk onze
gewone lucht uitmaakt) en daarom gefchikt,
om de luchtballons te vullen, dewelke dau
door zoo veel minder eigene zwaarte, dan da ge-
wone lucht, in den dampkring oprijzen,
( Proef mtt een luchtballonnetje,)
S-
Wanneer zuivere en brandbare lucht zich ver-
eenigen, zoo als in 217, dan wordt er water
geboren , en vandaar is door de Franfche Schei-
kundigen ook de naam van waterftof, aan het
grondbeginfel der brandbare lucht gegeven, en da
reeds genoemde lavoisier, beroemd Scheikundige
in Frankrijk, was de eerlle, die volledig aantoon-
de, dat het water geen element of hoofdftof
was ( dat is eene (lof, die uit geene andere Ibor-r
ten van ftof beftaat) maar wel degelijk uit -suurftof
en waterftof, te zamen verbonden, beftond.
( Proef met eenen ijzeren fnaphaanloop te doen
gloeijen, en daardoor henen te doen gaan
waterdamp-, — en brandbare lucht in eene,
glazen buis te doen branden,)
§. 220»
By de ademhaling wordt de lucht in de lon-
gen ontbonden, ot vaneen g.fcheiden; de zui-«
vere lucht derzelve vereenigt zich met het bloed;
trekt daar aan de grondbeginfels van de kool - en
waterftof, waardoor water en vaste lucht gemaakt
wordt; terwijl de warmteftof wordt losgelaten,
wiike de dierlijke warmte onderhoudt, en daar-
door aan het bloed nieuwe veerkracht geeft; zoo-
G 3 ^ dat