Boekgegevens
Titel: Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 10: 5
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange
Groningen: J. Oomkens en zoon, 1818
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 435 : 10 (5)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206108
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
114 gronden der.
03TS is, waarin de trillende lucht valt, en na doof
het icraakbcenige, en alzoo veerkrachtige van hetzeN
ve, nog verfterkt te zijn, hare trillingen mededeelt
aan het trommelvlies, dat op de einden des ge-
hoorwegs dezelve affluit van het binnenfie des
oors: dit trommel- of gehoorvlies deelt weder
deszelfs trillende beweging mede aan de lucht, dié
binnen in het oor is, dat door beentjes, buisjes
en openingen allcrkunfligst is zamengefteld, en
aldus den aard van het geluid aan de gehoor-
zenuwen mededeelt, die hetzelve aan onze ge-
waarwordingen overbrengen.
203.
Wanneer de trillende lucht Zoodanig tegen de
oppervlakten van ligchamen fluit, dat zij dé
trilling daarvan wederom ontvangt, zoodanig dat
deze wederomduitende trillingen , in de ooren val*
len van den genen, die het geluid maakt of van
iemand buiten hem, dan kaatst ook het geluid
wederom en men noemt het de Ech»,
S- 204.
Dit geluid kan op tweederlei wi'ze, terugkomen 1
of, weder bij hem, die hetzelve uiaakt, of bij ie-
mand anders, die zich buiten den kring of lijn
pbaist, waarin hij zich bevindt, die het geluid
maakt. In het eerlie geval worden daardoor de ge-
wone echo's geformeerd; terwijl het tweede die zon-
derÜHge echo's daarflelt, welke men als bijzonder«
heden roemt, zoo als die van Muiderberg,
Om eene duidelijke echo te hebben, moet et
altijd eene zamenkomst van geluidtrillingen, die
van het vvederomftuitendligchaam afkomen, plaats
hebben. Een vlakke muur of ander lischaanl
geeft dus geene ecli9. de wederoRiftuitende
Jig.