Boekgegevens
Titel: Schets der oude aardrijkskunde: een leer- en handboek: [waar achter een uitvoerig register, ten einde hetzelve ook te doen dienen als een dagelijksch handboekje voor liefhebbers der geschiedenis
Auteur: Nassau, Hendrik Jan; Nitsch, P.F.A.; Mannert, Konrad
Uitgave: Groningen: J. Römelingh, 1819
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1394 D 48
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206101
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schets der oude aardrijkskunde: een leer- en handboek: [waar achter een uitvoerig register, ten einde hetzelve ook te doen dienen als een dagelijksch handboekje voor liefhebbers der geschiedenis
Vorige scan Volgende scanScanned page
t ]
of die godheid, of werking der natunr; ook
ftond deze dierdienst mec de leer der zielsver-
huizing Qmetempfycofe') in verband. De leer van
eene drie duizendjarige wandeling der ziele,
door alle dieren en derzelver volgende, nieuwe
vereeniging mec een menfcheüik ligchaam was in
Egypte bekend, en hier en daar aangenomen,
maar misfchien alleen van priesters. Onder het
volk was het denkbeeld heerfchcnde van eene
voortduring na den dood. Zij befchouvvden
hunne huizen als herbergen, hunne graven als
eeuwige woningen; en hunne muniien, doo-
den- gerigten , rotsgraven^ pyranäden enz.,
doen zien, hoe vveriizaam dit denkbeeld op
hunne handelingen cn bedrijven was.
Hoewel het anders dwaas is, in cen paar v.'oor-
den het karakter van een volk te willen geven,
doet dit alles niet ten onregte befluiten, dac de
Egyptenaar fom.ber en bijgeloovig van aard was.
Het volk was in 7 klasfen of kasten verdeeld:
I.) priesters^ die in het bezit van alle ftaats-
ambten waren, en alle geleerdheid onder zich
hielden ^ 2.) krijgslieden, die met de priesters
de aanzienl'ke of edele ftanden uitmaakten j
3.) landbouwerskunßenaars., kooplieden, enz.
4.3 fchippers, die, voor den tijd van p s a m-
M E TI c H u s, enkel uit de talrijke Nijlfchip-
pers kunnen beftaan hebben; 5.) herders,
die, om de invallen der nomaden, reeds in
j A KO B's tijd in verachting ftonden; 6.) zwijnen^
hoeders waren de verachtfte menfchen, dien zelfs
de toegang tot de tempels verboden was; —
De