Boekgegevens
Titel: Schets der oude aardrijkskunde: een leer- en handboek: [waar achter een uitvoerig register, ten einde hetzelve ook te doen dienen als een dagelijksch handboekje voor liefhebbers der geschiedenis
Auteur: Nassau, Hendrik Jan; Nitsch, P.F.A.; Mannert, Konrad
Uitgave: Groningen: J. Römelingh, 1819
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1394 D 48
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206101
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schets der oude aardrijkskunde: een leer- en handboek: [waar achter een uitvoerig register, ten einde hetzelve ook te doen dienen als een dagelijksch handboekje voor liefhebbers der geschiedenis
Vorige scan Volgende scanScanned page
mm
C 301 ]
In de eeuw v. J, C., was hot lan 3 011-
hunner, psam-
der twaalf vorften verdeeld: ccn
M E T I c u U s (650 V. J. C.), vereende deze
twaalf ftaten, en het gebied der ar a o'is be-
Ilond toen als ééne heerfchappij tot den tijd, dat
cambyses het (525) cot eene P. pro'/incie
maakte; hier moeten de namen van amasïs,
r s a m men i t u s cttz,, gepbatsc u^ordeij. Als
P. provincie werd hec door ai^exandicr on-
derwoi-pen, en bij zijnen vroegen dood viel het
PTOLOMiEUs 1. SOTER (dcn behou.ler) c.n
deel C323 V. J. C.): en zoo ontftond het laat-
ile Egyptifche rijk, ook dat der Ptolomaers
genoemd. Bij inwendige onrusten, v/aren de
Egyptenaren onvoorzigtig genoeg, om in i?.o2
de Romeiilen in hunne zaken te brengen, door
aan den R. fenaat dc voogdij over den jongen
K. PTOLOMiEUs V., met den bijnaam van
EPiPHANEs ("den doorluchten}, op te dra-
gen: en na lang onder eene fchaduwe van on-
afhankelijkheid beftaan te hebben, werd Egypte
eene R. provincie C30 v. J. C._).
Godsdienst^ karakter^ zeden en gewoonten.
De menigte der Eg. dlergoden is een verfchijn-
fcl, dat wel niemand thans met zekerheid kan
verklaren. Verfchiliende oorzaken zullen hier
gewerkt hebben: de vereering van het eene,
b. V., was reeds bij de onbeichaafdfte tijden
ingevoerd, omdat men het dier als fchadelijk
vreesde ; van het andere, om dat men het als
weldadig had leeren kennen ; een volgende tijd
herkende in ecn ander het zinnebeeld van die
Aa of