Boekgegevens
Titel: Schets der oude aardrijkskunde: een leer- en handboek: [waar achter een uitvoerig register, ten einde hetzelve ook te doen dienen als een dagelijksch handboekje voor liefhebbers der geschiedenis
Auteur: Nassau, Hendrik Jan; Nitsch, P.F.A.; Mannert, Konrad
Uitgave: Groningen: J. Römelingh, 1819
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1394 D 48
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206101
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schets der oude aardrijkskunde: een leer- en handboek: [waar achter een uitvoerig register, ten einde hetzelve ook te doen dienen als een dagelijksch handboekje voor liefhebbers der geschiedenis
Vorige scan Volgende scanScanned page
[ 300 3
gebergte, moeten wij nog drie bewoonde rtre-
ken, de Oajcs^ in aanmerking nemen, welke
zich als vruchtbare eilanden op eene zee van
zandwoestijnen verhieven. Oafis magna, lag
. aan deri anderen kant van Abydus; Oa/h parva^^
I ^ bij hec nicer Mceris; Trinytheos Oaßs minoris
bij den tempel van Jupiter Ammon^ waar eene
der beroenidile gódfpraken der oudheid was, en
waar het beeld van den god met een rarashoofd
werd voorgefleld. Wij denken ook aan Alex-
ander, hoe hij zich hier tot een' zoon van
f ' Jupiter liet verklaren. (Curt. IV. 7.)
Aanm, Gefchiedenis en aardrijkskunde moe-
ten altijd gepaard gaan: maar tot regt verftand
van ccne fchets van het oude Egypte, is voor-
al eenig denkbeeld van 's lands gelthiedenis on-
ontbeerlijk, In de fabeleeuw regeerden goden
over Egypte. Zoo hoog als de eigenlijke ge-
fchiedenis reikt, beftonden er een aantal kleine
ftaten, waaronder Thebe en IMemphis al vroeg
uitmuntten, die ook, voor korter of langer
tijd, andere ftaten aan zich onderwierpen. De
: ^ oprigring dezer fcajen ging voort van het Z,
i naar het ]N., en het ithijnt, dat dezelve ver-
f zeld ging, of liever oorfpronkelijk eigenlijk
beftondj in het ftichten van tempels, die dan
hunne eigene godheden hadden, welke door
het geheele no?nös of gewest vereerd werden.
In dezen vroegen tijd behooren de invallen en
overheerfchingen der herdersvolken en de ko-
ningen menes, osvmandyas, moeris,
cheops, sesostris cnz,
In
■p