Boekgegevens
Titel: Schets der oude aardrijkskunde: een leer- en handboek: [waar achter een uitvoerig register, ten einde hetzelve ook te doen dienen als een dagelijksch handboekje voor liefhebbers der geschiedenis
Auteur: Nassau, Hendrik Jan; Nitsch, P.F.A.; Mannert, Konrad
Uitgave: Groningen: J. Römelingh, 1819
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1394 D 48
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206101
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schets der oude aardrijkskunde: een leer- en handboek: [waar achter een uitvoerig register, ten einde hetzelve ook te doen dienen als een dagelijksch handboekje voor liefhebbers der geschiedenis
Vorige scan Volgende scanScanned page
f: ms 1
Itö È f O O t a m ( a
Chet Innd tusfchen de rivieren), in den bij-
bel Aram Naharaim^ nu Aldfchcfira^ nllc
drie zijn vertalingen van elkander, ^n den tijd
der Perfen, hield men het of voor een deel
van Syrië, of van Arabië, omdat beide volkért
zich in het land hadden nedergeftagenj de naanl
ran Mefoporamia was niet in gebriiiL
Grenzen. Ten N. de Taurus, die het
van Armenië; ten W. de Eufraat^ die het
van Syrië; ten O, de Tigris^ die het van As-
fjrië fcheidt; ten Z. Arabis en Babylonië*
Rivieren. De Tfgris ontfpringt op het
Armenifche gebergte, en diingt, nadat hij door
de meren Arcthufa en Thospitis gekomen is,
tot in Mefopotamië door. De Euphraat ont-
fpringt veel verder ten N, W. in hetzelfde
knd. Bij Elegia komt hij in Mefopotamië,
loopt in het begin ten W. tot aan het gebergte
Amanns: maar dan, van Satnofata af, naar hec
Dezelve ontvangt in Mefopotamië de rivieren
Bilftcha CBelek), Chaboras of het Chebar der
H. S. iKhaboiir,\ waarin zich nog te voren
de Mygdonius (Hermas of Havali) ontlast;
eindelijk den Saocoras (Wadi al Sebiii).
Bergen. Mefopotamië is flechts ten N. en
O. bergachtig, waar de ouden de bergen Ma^
ftus en Singaras noemen; en hier, en langs de
oevers, is het bij uitflek vruchtbaar. Het
middelfle gedeelte bevat eene groote wildernis,
Jbier m daar geheel dor ctt kaal, wasu'iu eeni-
ge