Boekgegevens
Titel: Schets der oude aardrijkskunde: een leer- en handboek: [waar achter een uitvoerig register, ten einde hetzelve ook te doen dienen als een dagelijksch handboekje voor liefhebbers der geschiedenis
Auteur: Nassau, Hendrik Jan; Nitsch, P.F.A.; Mannert, Konrad
Uitgave: Groningen: J. Römelingh, 1819
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1394 D 48
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206101
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schets der oude aardrijkskunde: een leer- en handboek: [waar achter een uitvoerig register, ten einde hetzelve ook te doen dienen als een dagelijksch handboekje voor liefhebbers der geschiedenis
Vorige scan Volgende scanScanned page

C «40 1
fleden Zoara (Segor, en voorheen Bela) nan
de Doode-Zee, Thamara en Elufa. Dit land-
" fchap vi^erd ook dikwijls Gehalene genoeuid.
Hier zou men hei oude land Edora moeten
zoeken.
Aan gene zijde van de Jordaan lagen, van
het N. naar het Z., de volgende landfchappen:
a. Paneas, bij den oorfprong van de Jordaan,
met de door den viervorst philippus ge-
bouwde ftad Cafarea Paneas., met eenen wit-
•marmeren tempel van den vleijenden herodes
I. voor a ugustus.
b. Trachonitisten O. naar den Euphraac
toe. Het benedenfte gedeelte werd ook Ituraa
cn Auranitis genoemd. Een woest land met
roofzuchtige inwoners. De beruchte partij-
ganger ZENODAR had hier een ftuk lands
(Domus Zenodori) van de Rom. in pacht.
c. Gaulonitlsy van het meer Samochonitej
tot beneden aan de Galilsifche Zee. Steden
van het N. naar het Z., Seleucia aan den Sa-
mochonites; Julias (zie boven); Gerafa, de
ftad van de bekende Gergefeners; Hippos.,
Gadara, Gamala waren Griekfche fl:eden met
eigen grondgebied.
d. Batanxa., het oude Bafan, ten O. van
de vorige. Steden: de vesting Bathyra., Ca-
pitolias, Adraha (Edrei), en Abila. Die
gewest werd ook anders, uit hoofde van de'
tien Griekfche fteden, welke zich hier bevon-i
den; het is onzeker, welke dezelve zijnj Deca»
^oHs (cien-fteden) genoemd,
f'