Boekgegevens
Titel: Schets der oude aardrijkskunde: een leer- en handboek: [waar achter een uitvoerig register, ten einde hetzelve ook te doen dienen als een dagelijksch handboekje voor liefhebbers der geschiedenis
Auteur: Nassau, Hendrik Jan; Nitsch, P.F.A.; Mannert, Konrad
Uitgave: Groningen: J. Römelingh, 1819
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1394 D 48
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206101
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schets der oude aardrijkskunde: een leer- en handboek: [waar achter een uitvoerig register, ten einde hetzelve ook te doen dienen als een dagelijksch handboekje voor liefhebbers der geschiedenis
Vorige scan Volgende scanScanned page
C «17 3
der, vrouw en kinderen van den laatften wer-
den gevangen genomen C333 v. J. C.) de golf
van Isfus, het Ü^'e, punt van de geheele Mid-
dell. Zee, heeft den naam van deze ftad. Mid-
den in het land, Tarjus (Hampfa), eene zeer
aanzienlijke ftad, het verblijf van vele geleerden
en de geboorteftad van den apostel p a u l u s«
IAnazarbus., naderhand Ccefarea, onder de llo-
meinen de hoofdftad van Cilicië. MopfuestLi
(Malmistra); Alexandria {Alexandrette); E-
piphania, bij welke men de Amanifche poorten,
:j zoo als bij Isfus de P'sU Syricf., zoeken moer.
« Aanm. De kruinen van den Taurus waren
i met heerlijke bosfchen bedekt, cn zijne dalen
ii voedden talrijke kudden. Men hield dc Cili-
ciërs voor verraderlijk en boosaardig.
Met geheele, groote fchiereiland, dat men
Klem-Azic noemt, was wel met vele bergen
doorfneden j maar voor het grootfte gedeelte
ten uiterfte vruchtbaar en wel bevolkt. Slechts
I langs de W. kust woonden de Grieken, van
Dorifchen , Jonifchen en Aeolifchen ftam , wel-
ke, door hunnen uitgebreiden handel, rijk en
magtig werden, en veel tot bevordering der
j kunften en geleerdheid bijdroegen. Met inwen-
i dige des lands werd door inlandfche volken, van
j onderfcheidenen oorfprong en onderfcheidene
taal, bewoond. De oudere ftaten, die hier voor
het tijdperk der Perfen beftonden, zijn opge-
noemd: Pergamus, Bithynië, Paphlagonie,
Pontus en Cappadocië kwamen na ale.x-
a n u £ r.
T