Boekgegevens
Titel: Schets der oude aardrijkskunde: een leer- en handboek: [waar achter een uitvoerig register, ten einde hetzelve ook te doen dienen als een dagelijksch handboekje voor liefhebbers der geschiedenis
Auteur: Nassau, Hendrik Jan; Nitsch, P.F.A.; Mannert, Konrad
Uitgave: Groningen: J. Römelingh, 1819
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1394 D 48
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206101
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schets der oude aardrijkskunde: een leer- en handboek: [waar achter een uitvoerig register, ten einde hetzelve ook te doen dienen als een dagelijksch handboekje voor liefhebbers der geschiedenis
Vorige scan Volgende scanScanned page
C ]
Hfyos^ eene der fteden, die artaxerxês,
volgens eene foorc van leenfteliel, aan the-
M 1 s T o c L E s fchonk ; behoorden beiden co»
de twaalf oudfte fteden.
MUetus (Palatfcha) , in haren bloei
C700—500) de beroemdfte handelftad van Jo-
nië, wier volkplantingen aan dc Zwarte zee,
wanrhccn haar handel vooral werd gedreven, op
honderd worden begroot. Zij had vier havens,
en fom.ti'jds eene vloot van .co oorlogsvaar-
tuigen in zee. Zij was de geboorteplaats v; n
thai.es (een' tijdgenoot van hias"), die het
eerst eene zonsverduistering voorzcide, en het
'water als de grondftof van alles befchouvvdc;
ook van a n a x 1 m a n d u u , die de eerfte
Iand!:aarten gaf.
Magnepa Ndandri (^Cuzelhifar}, nan den
IMreandcr , waar t h e m i s t o c l n s ftierf
(466 v. J. C.}. Tralies, bij den berg Mes-
fogis, als rijk bekend; en N\fa^ beiden mid*
den in hec land; de overige aan zee.
Aanm. was een vruchtbaar gewest,
waarin zich dejonicrs, in de ii^e eeuw, door
de Achascrs uit Attica verjaagd, nederfloegen,
de Cariers verdrijvende, aan hetwelke zij den
naam gaven, en waar zij aanvankelijk twaalf
fteden ftichttcn, waartoe Samos cn Chios ech-
ter ook behoorden. Moewei er eenige vereeni-
ging beftond, was elke ftad onafhankelijk,
meest met eenen vrijen ftaatsvorm. Vervolgens
raakten zij, in meer of mindere mate, onder-
worpen ^Z^ydië; en, later, ten djde van
cy-