Boekgegevens
Titel: Schets der oude aardrijkskunde: een leer- en handboek: [waar achter een uitvoerig register, ten einde hetzelve ook te doen dienen als een dagelijksch handboekje voor liefhebbers der geschiedenis
Auteur: Nassau, Hendrik Jan; Nitsch, P.F.A.; Mannert, Konrad
Uitgave: Groningen: J. Römelingh, 1819
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1394 D 48
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206101
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schets der oude aardrijkskunde: een leer- en handboek: [waar achter een uitvoerig register, ten einde hetzelve ook te doen dienen als een dagelijksch handboekje voor liefhebbers der geschiedenis
Vorige scan Volgende scanScanned page
[ Ï44 ]
zich tot het verbouwen van haver tot voedfcl,
en gerst voor bier bepaalde, - Hun gods-
dienst, hoe ruw en zinnelijk, was oneindig
voortrefTelijker dan die van hunne befchaafde
vijanden: denkbeeiden van eene onfterfeÜjkheid
waren hun gemeenzaam, en ondenleuudcn hun-
ne dapperheid; geene beelden waren de voor-
werpen, noch tempels de plaatfen hunner gods-
vcreering, maar in geheiligde bosfchen vereerden
zij, vooral, die voorwerpen der natuur, welke
van alle tijden den aandacht der menfchen wek-
ten. Zi] verflaafden zich dikwijls aan drank en
fpel; fieien befchouwden zij, zoo als alle volken
in eenen kindfchon natuurdaat, meer als eenc be-
hcndiglicid dan als eene ondeugd: des te hooger
fraar hunne dapperheid en kuischheid; ook hunne
trouw en opregiheid, deugden, die den Noord-
fchen volken nog tlians boven hunne Z. naburen
eigen blijven; waren karaktertrekken, die hen
vereerden. Ilun regeringsvorm, waar bij de
pcrfoonlljke hoedanigheden van het hoofd ze-
ker veel afdeden, v/as hei: koningfchap, door
de gebruiken en de volksvergaderingen bepaald ;
zoo dat het fchijnt, dat deze volken door de
natuur tot dat gene gebrap-t waren, hetwelk
men thans, als het beste refultaat van vele om-
wentelingen, fchijnt te befchcuwen. Of zij
eenen crfclijken adel kenden, is onzeker: maar
vast gaat het, dat bij hen flavernij en lijfeigen-
fchap in zwang waren; twee plagen, die ner-
gens, voor niets, geweken zijn, dan voor den
weldadigen invloed van den Christ, godsdienst.
Gren-