Boekgegevens
Titel: Schets der oude aardrijkskunde: een leer- en handboek: [waar achter een uitvoerig register, ten einde hetzelve ook te doen dienen als een dagelijksch handboekje voor liefhebbers der geschiedenis
Auteur: Nassau, Hendrik Jan; Nitsch, P.F.A.; Mannert, Konrad
Uitgave: Groningen: J. Römelingh, 1819
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1394 D 48
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206101
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schets der oude aardrijkskunde: een leer- en handboek: [waar achter een uitvoerig register, ten einde hetzelve ook te doen dienen als een dagelijksch handboekje voor liefhebbers der geschiedenis
Vorige scan Volgende scanScanned page
t U3 ]
die Europa overftroomden, en het der Ro-
meinfehe heerfchappij onttrokken; eene gebeur-
tenis, die, als een hoofdtrek, in de gefchie-
denis der menschheid ligt. Van de tweede
eeuw vóór J. C., toen de eerst opdringende
horden van Cimberen en Teutonen , door
niARius, werden geflagen, tot 47Ö na J. G,
toen het W. keizerrijk bezweek, hadden dc
Romeinen onophoudelijk oorlog met doze flam-
men: en in v/ecrwil van dc overwinningen,
die n RU sus, OKRMANicusen anderen op
hen bevochten, leert ons de uitkomst, hoe
weinig dc Romeinfehe legioenen tegen dezen
afwisfelcnden (h-oom van volken, in wier namen
wij bijna verwarren, vcrmogtcn. Aan julius
c a: s A R , die zelf tweemaal over den Rijn
trok ^ en aan tacitus hebben wij voor hec
grootfte gedeclrc te danken, wat wij van deze
volken weten, die onze voorouders waren,
en te gelijk die der tegenwoordige Duitfchcrs,
gedeeltelijk der Engelfchen, Franfchen cn ook
van andere volken. In een land, dat hier met
onmetelijke wouden en moerasfen, ginds met
uitgeftrekte meren en poelen was bedekt, en
onder eenen guren hemel, onaffcheidelijk van
zulk eenen grond; woonde een volk, door
grootte van geflalte, blaauwe oogen en rosfe
haren, kenmerkend onderfcheidcn; dat den oor-
log, bij hen op perfoonlijke kracht cn dapper-
heid gevest, als het doel van het leven aanzag;
kunften noch wetenfchappen beoefende, en welks
landbouw, bij rijke veeteelt, jagt en visfcherij,
zich