Boekgegevens
Titel: Schets der oude aardrijkskunde: een leer- en handboek: [waar achter een uitvoerig register, ten einde hetzelve ook te doen dienen als een dagelijksch handboekje voor liefhebbers der geschiedenis
Auteur: Nassau, Hendrik Jan; Nitsch, P.F.A.; Mannert, Konrad
Uitgave: Groningen: J. Römelingh, 1819
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1394 D 48
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206101
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Schets der oude aardrijkskunde: een leer- en handboek: [waar achter een uitvoerig register, ten einde hetzelve ook te doen dienen als een dagelijksch handboekje voor liefhebbers der geschiedenis
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 86 3
Vhyle, een kasteel , op de grenzen van
Boeotië. Hierheen ^lugtte de brave t h r a-
SYBÜLUS, en trok ook van daar tegen de
dertig tirannen op, van welke hij zijn va-
derland verloste (403 v. J. C.)-
Alopece, de gemeente, tot welke s o c r a-
tes behoorde, digt bij Athene.
Laurion, eene zilvermijn, aan het gemee-
nebest van Athene behoorende.
Sunion, op hat voorgebergte van denzelfden
naam, met eenen fchoonen tempel van Minerva.
Oropus en Eleuther(S, fteden, die eertijds
tot Boeotië behoorden, maar door de Atheners
daarvan afgefcheurd werden.
Eilanden. Salamis was het grootfte van
de, rondom Attica liggende, eilanden. Het
werd verdeeld in Oud Salamis, of het eigen-
lijke eiland, en Nieuw Salamis, of het daar-
mede verbondene fphiereiland, Hier vi'crd de
ontzaggelijke vloot van x e r x e s „ eerder door
het beleid van t h e m i s t o c l e s, dan door
de wapenen van Griekenland overwonnen"
C480 v. J. C.).
Pharmaciifa, twee kleine eilanden, tusfchen
Salamis en Attica.
Aanm. Attica was, voor het grootfte ge-
deelte, bergachtig; had vele mijnen , goede
olie en goeden honig. Van al de Griekfche
flat-en behield dit land het langst zijne vrijheid
en heerfchappij. :— Treurig moet het zijn voor
de tegenwoordige Grieken, wanneer zij hun-
«eo wefland, hunne üavcmij, onder den woes-
te